Martijn Aslander

May 16, 2022

Kleiner groeien

24EC1D73-96B6-4704-A41A-5F1749D30203_1_105_c.jpeg


Afgelopen week mocht ik in een mooie zaal van één van de prachtigste provinciehuizen van Nederland als stand-up filosoof een afsluitend praatje houden bij een diner met allemaal stakeholders die zich bezighouden met de energietransitie. Op deze avond werd gefocust op het vraagstuk van de netcongestie. Dat is een moeilijk woord voor het probleem dat in Noord-Holland de capaciteit op het elektriciteitsnet werk vol zit. Dus je kunt wel nieuwe windmolens plaatsen en zonnepanelen installeren maar als je de elektriciteit niet aan het netwerk kwijt kan dan levert dat een probleem op. Het geheel werd voorgezeten door de commissaris van de Koning en tijdens een geweldig drie gangen diner met prima wijn hielden verschillende mensen een boeiend verhaal. Ik weet niet precies waarom maar van binnen knaagde er iets. En ineens herinnerde ik me een artikel over dat mensen doorgaans een probleem willen oplossen door iets toe te voegen. Iets weghalen of stoppen doen we liever niet. Toevoegen en aanpakken, dat is hoe we in de evolutie doorgaans omgaan met problemen. Kijk vooral even naar dit leuke filmpje erover. Het zou wel eens dé oorzaak van het oerwoud aan regels en instanties kunnen zijn. Doorgaans los je problemen niet op met dezelfde manier van kijken en denken waarmee het probleem veroorzaakt werd.

Ik trok de stoute schoenen aan en vroeg me op het podium hardop af of er überhaupt wel een probleem was. Wat nu als we niks doen aan dit probleem. Waarom zou dat erg zijn? De man van het ministerie van economische zaken was er als de kippen bij met zijn repliek dat er dan geen nieuwe bedrijven meer bij kunnen komen. Die zouden zonder stroom komen te zitten. Ik deed hem acuut het exemplaar van Abundance cadeau dat ik had meegebracht, met een verhandeling over dat we in overvloed leven maar dat we daar geen slim gebruik van maken. Toen ik vroeg waarom het een probleem was als er geen nieuwe bedrijven bij zouden komen kreeg ik als antwoord dat dat banen zou kosten. Toen ik vervolgens stelde dat dat niet zo was, maar dat we er  dan inderdaad ook geen nieuwe bij zouden krijgen was het antwoord dat die bedrijven dan ergens anders gevestigd zouden worden en er op termijn bedrijven weg zouden trekken. Volgens mij logica was dat dus ook geen probleem, want dan hou je ineens stroom over en kun je nieuwe bedrijven aansluiten. Liefst met wat hoogwaardiger banen.

Nog een stap verder en je zou zware industrie als TATA-steel en Schiphol kunnen beperken. Dat zijn grote stroomslurpers die niet duurzaam kwaliteit toevoegen aan de regio en op vele vlakken eerder schadelijk zijn dan waardevol als je verder dan zuiver economisch kijkt.

Ik besloot met een overpeinzing die ik al een paar keer eerder had gehad. Volgens mij moeten we kleiner groeien. En dat bedoel ik niet als een semantische grap. Ik belde erover met Ronald Mulder, een bevriende econoom, die gevoelsmatig hetzelfde had als ik. Hoe zou dat er uit kunnen zien? Oneindig groeien is een doodlopende weg. Meer met minder doen lijkt me en beste oplossing, en dat kan heus comfortabel. Maar het beleid en de regelgeving is vooral gericht op méér. Dat kennen we en voelt comfortabeler. Wordt vervolgt.

Het dessert en de koffie smaakten prima en mijn betoog leverde in elk geval flink wat stof tot nadenken op. En dat was de opdracht :)

nb: de foto hierboven is de statenzaal, het diner was in de zaal ernaast.


C1B27180-E3DA-4140-9C39-0F81CCA8528D_1_105_c.jpeg


93C5A60B-18F6-42AC-8621-ECCB7C717FB3_1_105_c.jpeg