We moeten onze informatie bevrijden
Dat is de kern van dit boek en deze opdracht geldt in het bijzonder voor onze overheid. Zonder deze cruciale doorbraak blijven we kennis versnipperen en geld verspillen. Zonder informatie autonomie blijven overheidsorganisaties vastlopen in hun papieren werkelijkheid en het gedigitaliseerde documenten doolhof dat we in decennia hebben gecreëerd.
In mijn jaren als Tweede Kamerlid heb ik vele debatten meegemaakt over ICT-projecten bij de overheid. Over verouderde systemen, over mislukte migraties, over budgetten die verdubbelden en deadlines die passeerden. De conclusies waren steevast dezelfde: het is complex, er zijn te veel partijen en te weinig regie. Door de jaren begonnen alle adviezen en aanbevelingen te voelen als een grijsgedraaide plaat: meer coördinatie, betere aanbesteding, steviger opdrachtgeverschap.
We zaten in een groef en steevast klonk het credo “de basis op orde”. Maar ruim na ruim dertig jaar digitaliseren zijn we het fundament uit het oog verloren. Daar gaat Martijn Aslander met dit boek verandering in brengen. Door een essentiële vraag op te werpen:
Waarom slaan we informatie eigenlijk op in verkeerde bestandsformaten en wat kost ons dat?
Het antwoord is ontluisterend. We slaan informatie namelijk massaal en vanzelfsprekend op in bestandsformaten als Word, PDF en PowerPoint, die niet alleen onnodig groot zijn maar ook onleesbaar zonder software van de leverancier. Dit gegeven is de grondoorzaak van een reeks vastgeroeste problemen: onvindbare documenten, vendor lock-in en torenhoge ICT-kosten. Ook politieke incidenten als de bonnetjesaffaire en het toeslagenschandaal zijn hier niet los van te zien.
Wie dit ziet, bekijkt de afgelopen dertig jaar ICT-beleid met andere ogen. En die andere blik hebben we hard nodig.
De kloof dichten
Voor veel bestuurders, beleidsmakers en politici zal de term bestandsformaat als ver-van-mijn-bed klinken. Of als iets waar de IT-afdeling mee aan de gang moet. Maar dat is een misvatting.
Er is namelijk een gapende kloof die een betere overheid in het digitale tijdperk al geruime tijd in de weg staat. Ik noem dit de technisch-bestuurlijke kloof. Enerzijds zijn er managers en bestuurders die de techniek niet genoeg begrijpen om de juiste vragen te stellen en afwegingen te overzien. Anderzijds slagen techneuten en informatieprofessionals er niet in hun broodnodige boodschap te laten doordringen in de bestuurskamer. En dus blijft de verbinding uit en blijven echte oplossingen uit zicht.
Neem nu het debat over digitale soevereiniteit dat in 2025 is losgebarsten. Na een decennialange blinde vlek heeft iedereen het nu over de afhankelijkheid van Amerikaanse leveranciers en het gebrek aan grip op onze data. De zorgen zijn terecht maar opnieuw gaan alle grote woorden geheel voorbij aan de kern van de zaak: zolang onze informatie opgesloten zit in formaten die we zonder externe software niet kunnen lezen, is soevereiniteit een illusie.
Informatieautonomie is niet alleen de randvoorwaarde voor datasoevereiniteit. Het is ook de voorwaarde voor een responsieve en proactieve overheid die er is voor burgers en ondernemers. Dit inzicht mag niet langer mag verdwijnen in de kloof tussen de bestuurskamer en IT-afdeling. Waarin machtige softwareleveranciers letterlijk de dienst uitmaken.
Een andere reden waarom het juiste bestandsformaat van groot belang is, is de AI-revolutie. In een tijd waarin kunstmatige intelligentie -niet de hallucinerende chatbots maar de hyperkrachtige AI-agents- gigantische hoeveelheden kennis op een nieuwe manier kan ontsluiten, is het bestandsformaat geen bijzaak maar hoofdzaak. Want wie zijn informatie beheert in snel vastlegbare, aanpasbare en ontsluitbare formaten kan er met AI grip op krijgen en regie over nemen.
Een boek voor ons allemaal
Dit boek is belangrijk voor ons allemaal. Het helpt de directiekamer én de werkvloer; de beleidsmaker én de informatieprofessional; de IT-architect én de kenniswerker die honderden uren per jaar naar informatie zoekt.
En het helpt niet in de laatste plaats politici en beleidsmakers: mijn voormalige collega's die beslissen over ICT-budgetten, inkoopvoorwaarden en data-wetgeving zonder te spreken over het informatiefundament onder veel systeemkeuzes. Voor hen is dit boek misschien wel het meest urgent. Niet omdat het zo complex is, maar juist omdat de oplossing zo basaal is. Dat maakt dit boek pijnlijk en hoopvol tegelijk.
Laat ik het zo zeggen: dit boek is een serieuze kans op een substantiële stap. Zoiets zeg ik niet lichtzinnig. Ik heb te veel ambitieuze rapporten en plannen zien smoren in de weeffouten van het systeem en in bureaucratische belangen. Wat dit boek kansrijk maakt, is dat het niet pleit voor een reorganisatie, een hervorming of een stelselwijziging. Het pleit voor een direct doenlijke doorbraak: een beter bestandsformaat om informatie in op te slaan.
Dat is een verandering die morgen kan beginnen. Bij een individu, bij een afdeling, bij een organisatie. Martijn Aslander laat zien hoe. Hoofdzakelijk eigenhandig, niet alleen in theorie maar ook in de praktijk. Met bewijs waar we niet langer omheen kunnen en mogen.
Laten we doen wat Martijn ons adviseert. Het is een kleine moeite met een groot plezier.
Kees Verhoeven
Dit is alvast het voorwoord van het boek over informatie-autonomie dat over een tijdje verschijnt bij Van Duuren Media.
Dit is alvast het voorwoord van het boek over informatie-autonomie dat over een tijdje verschijnt bij Van Duuren Media.