Martijn Aslander

April 17, 2026

Wat dopamine, AI en digitalisering gemeen hebben met Wittgenstein

821c723b-68e8-474c-af62-9687018e9f52.png


Afgelopen weken verdiepte ik me in het werk van de filosoof Wittgenstein. Ik ontdekte iets aardigs: een woord dat losraakt van zijn concrete gebruik raakt in de war. Een woord dat overal op past, past dus eigenlijk nergens precies op. En zolang niemand dat benoemt, denkt iedereen aan tafel dat ze het over hetzelfde hebben. Iets dat ik dagelijks tegenkom.

Dat is niet alleen een filosofisch probleem, maar een maatschappelijk en bestuurlijk probleem. Er worden grote budgetten vrijgemaakt, contracten getekend en beleid gemaakt, op basis van woorden waarvan de betekenis niet gedeeld is. Ik opereer al twintig jaar in het veld van netwerk- en informatiesamenleving, en ik zie het keer op keer. Drie voorbeelden:

In mijn werk bij de Digitale Fitheid Academie kom ik organisaties tegen die zeggen dat ze bezig zijn met digitale transformatie, en als je doorvraagt blijkt dat ze formulieren hebben gescand. Hetzelfde patroon zie ik bij archieven. "We hebben ons archief gedigitaliseerd" betekent in de praktijk vrijwel altijd: we hebben van papier pixels gemaakt. Wat je eigenlijk wil is informatisering — de kennis in die pixels ontsluiten, doorzoekbaar en bruikbaar maken. Maar het woord "digitalisering" is ruim genoeg om beide te dekken, en zo impliceert het meer dan er gedaan is. "Digitale vaardigheden" als beleidsdoel leidt in de praktijk tot Office 365-trainingen.

En voordat u denkt dat dit alleen anderen overkomt: wanneer hebt u voor het laatst in een vergadering het woord "data-gedreven" gebruikt zonder te specificeren welke data, welk doel, welke definitie van succes?

Afgelopen week zat ik aan tafel in de Bibliotheek Haarlem Centrum, bij een panelgesprek over kennis en AI georganiseerd door Bibliotheek Zuid-Kennemerland en Teylers Museum. Het thema was "Wie beheert kennis?" — van de Encyclopédie van Diderot via Wikipedia naar AI.

Wat opviel tijdens het gesprek is dat zodra het over AI ging, de hele zaal impliciet hetzelfde leek te bedoelen. LLM's natuurlijk, hallucinerende chatbots, hoogzorgelijk, levensgevaarlijk. En ik snap dat. Want dat is het dominante beeld in het hele discours over AI. Maar AI is een verzamelnaam, geen universeel begrip. In de rechtszaal worden beslissingsalgoritmen gebruikt. In ziekenhuizen wordt beeldherkenning ingezet met AI. En in de logistiek draaien allerlei autonome systemen op AI.

Dus toen ik vragen kreeg over AI, begon ik met de vraag: interessant, welke AI bedoel je? Het leidde tot enige consternatie, maar gelukkig ook direct de ruimte om het onderscheid te maken tussen hallucinerende chatbots en agentic AI — iets waar ik elke dag mee bezig ben en dat tot spectaculaire resultaten leidt. Het totale gesprek veranderde erdoor en het leidde tot mooie inzichten.


Dan dopamine — het meest onverwachte voorbeeld, en misschien het meest veelzeggend.

Ik ontdekte dat er twee soorten dopamine bestaan. Voor de ontwikkeling van mijn Life Lens System verdiepte ik me in hoe neurotransmitters precies werken, en toen ik naging of dit onderscheid tussen die twee dopaminesoorten algemeen bekend was, bleek van niet.

Fasisch dopamine is de snelle piek. Er komt een notificatie binnen over een like, of je refresht een app als Instagram. Je brein registreert iets onverwachts, je dopaminelevel schiet omhoog, en zakt daarna onder je basisniveau. Daarna pak je onbewust je telefoon opnieuw — niet voor je plezier, maar eigenlijk om het ongemak van de dip weg te werken. Elke piek is iets kleiner dan de vorige. Je drempel stijgt. Hetzelfde mechanisme als bij elke verslaving.

Tonisch dopamine werkt anders. Het werkt niet met een piek maar met een plateau. Het ontstaat bij aanhoudende inspanning met betekenis, en je merkt het niet als een shot maar als flow. Wat Mihaly Csikszentmihalyi flow noemde, is hier de neurochemische onderbouwing van. Het bouwt geen ongezonde tolerantie op.

Dit onderscheid is wetenschappelijk solide — Wolfram Schultz (Cambridge), Kent Berridge (Michigan) en Anthony Grace (Pittsburgh) hebben er elk een deel van aangetoond. Maar dit verhaal heeft de mainstream nog niet bereikt. Anna Lembke, Johann Hari, Andrew Huberman: allemaal vertellen ze het verhaal van dopamine als één volumeknop. Sociale media draaien hem omhoog, jij raakt verslaafd, doe een detox.

"Dopamine" is in dat verhaal een plaatshouder geworden. Groot genoeg om alles in te stoppen. Maar een woord dat alles dekt, dekt dus niets precies.

Dat is niet alleen een filosofisch probleem, maar een bestuurlijk en maatschappelijk probleem. De commissie Elias documenteerde tientallen miljarden aan verspilde overheids-ICT-investeringen. Ik durf de stelling aan dat vaagheid in taal daar een onderschatte rol in speelt. Als "digitalisering" voor iedereen iets anders betekent, is er ook niemand die achteraf kan zeggen wat er precies misging. Dat gesprek is ongemakkelijk, want het komt veel mensen strategisch niet uit. Maar zonder dat gesprek gaat geld, energie en aandacht precies de verkeerde kant op.

Niet omdat de mensen die ze gebruiken dom zijn, maar omdat de woorden zelf te veel dekken. Wie die woorden gebruikt, doet er goed aan ze steevast scherp te duiden. Anders beland je onbedoeld in een moeras waar je maar lastig uitkomt.


About Martijn Aslander

Technologie-filosoof | Auteur | Spreker | Verbinder | Oprichter van vele initiatieven

Momenteel vrolijk druk met Digitale Fitheid 

De leukste dingen die ik momenteel aan het doen ben: https://linktr.ee/martijnaslander en https://linktr.ee/digitalefitheid