Martijn Aslander

July 14, 2026

We moeten het over datacenters hebben


Vandaag werd bekend dat het Microsoft-datacenter in Middenmeer in 2025 meer dan één procent van alle Nederlandse stroom verbruikte. Dat is één locatie van één bedrijf, terwijl Google nog geen enkel getal heeft vrijgegeven, er meer datacenters zijn en er volgens de sector en gedeputeerden als Rommel in Noord-Holland nog veel meer bij moeten komen.

Dat zijn de eerste harde cijfers in een debat dat tot nu toe vooral op aannames draaide. Wat mij betreft zijn we inmiddels hard toe aan nieuwe, betere vragen: hebben we al die capaciteit wel nodig, en waarom eigenlijk?

Wat ik al eerder betoogde
In februari schreef ik op iBestuur dat de zogenaamde data-explosie voor een groot deel neerkomt op een duplicatie-explosie. Negentig procent van alle opgeslagen data bestaat uit kopieën, vergeetinformatie, en digitale bureaucratie die zichzelf in stand houdt. We bouwen dus vooral infrastructuur voor ruis en kopieën.

Dat argument heb ik verder uitgewerkt in een stuk over de rekenhonger van AI: een model dat door ongestructureerde ruis heen moet redeneren heeft simpelweg meer rekenkracht nodig dan een model dat werkt met informatie die al is geordend. Wie zijn informatie op orde brengt, vermindert de vraag naar rekenkracht met een enorme orde van grootte.

Het derde stuk ging over Noord-Holland, dat zijn datacenteruitbreidingsstrategie baseert op economische cijfers waarvan de doorberekening naar de provincie zelf niet inzichtelijk is gemaakt, en waarbij de belastingopbrengsten via Ierland weglekken.

Wat de cijfers van vandaag bevestigen
Middenmeer is geen klein experiment. Het is een complex van tien aaneengesloten warehouses langs de A7, inmiddels uitgebreid met nog eens vijftig hectare grond voor zes nieuwe gebouwen. Het verbruikte in 2025 al één procent van alle Nederlandse stroom, 1,17 terawattuur. Dat zijn 487.500 huishoudens. De hele gemeente Amsterdam, en dan nog een flinke stad erbij. Het drinkwaterverbruik bedroeg in 2021 al 84 miljoen liter, zeven keer meer dan de initiële raming. Terwijl het stroomnet op veel plekken in Nederland vol zit.

Microsoft zelf geeft aan dat het verbruik de komende jaren hard groeit. De RVO publiceerde deze cijfers omdat de Europese Energy Efficiency Directive dat verplicht stelt. Microsoft is de eerste grote Amerikaanse partij die volledig meewerkt. Dat is een goede zaak, maar het werpt ook een vraag op: als één partij die transparantie kan bieden en andere partijen weigeren dat, wat mogen we dan verwachten van het totaalplaatje?

De vraag die we te weinig stellen
Deze cijfers zijn een eerste stap in de goede richting. Want de discussie gaat vrijwel altijd over de datacenters zelf en wat ze kosten aan ruimte en energie. Maar de vraag die eraan voorafgaat blijft onderbelicht: waarom is er zoveel rekenkracht nodig?

Zo'n tachtig procent van alle organisatiedata is ongestructureerd, opgeslagen in bestandsformaten die bedoeld zijn voor printers en niet voor machines. Een AI-model dat door die ruis heen moet redeneren verbruikt aanzienlijk meer rekenkracht dan een model dat werkt met informatie die al is geordend. Die extra rekenkracht staat ergens. Dus bijvoorbeeld in Middenmeer, langs de A7, en ze verbruikt stroom die ook ergens vandaan moet komen en niet naar woonwijken of bedrijven kan.

Dat verband is nu, voor het eerst, met harde getallen aantoonbaar.

Tijd voor actie
We moeten een ander gesprek gaan voeren. Over welke data we eigenlijk willen opslaan en waarom. Ik vrees dat het nog wel even zal duren. Dat is een paradigmaverschuiving van je welste. Maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om daar diep en goed over na te denken en in debat te gaan.

Het debat over datasoevereiniteit en grote technologiebedrijven is nu verbonden aan een stevig gesprek over informatieautonomie. Dat gesprek vraagt om fundamentele inzichten over hoe we met informatie en rekenkracht omgaan, en of het ruimtebeslag en het stroomverbruik dat daarmee gemoeid is nog wel te rechtvaardigen valt. Meer transparantie daarover is wat mij betreft een zegen.

Het voelt een beetje als in het oude grapje dat we steeds een nieuwe auto kopen als de asbak vol is (zitten er nog wel asbakken in nieuwe auto's eigenlijk?). Ik denk dat de analogie met datacenters hier prima opgaat.


Over dit onderwerp en meer schreef ik onlangs het boek
Informatieautonomie 

About Martijn Aslander

Technologie-filosoof | Auteur | Spreker | Verbinder | Oprichter van vele initiatieven

Momenteel vrolijk druk met Digitale Fitheid 

De leukste dingen die ik momenteel aan het doen ben: https://linktr.ee/martijnaslander en https://linktr.ee/digitalefitheid