Ik ben bezig met een serie over de lenzen van mijn LLS-Systeem. Ik beschrijf ze ter inspiratie voor jullie en voor feedback en nieuwe ideeën.
Als Dante Alighieri zijn beroemde boek Inferno, waarin hij de negen lagen van de hel beschrijft, opnieuw zou moeten schrijven, zou hij een tiende laag toevoegen: e-mail. Een schutting waar iedereen eindeloos van alles overheen blijft gooien, vaker dan wenselijk om de eigen verantwoordelijkheid af te schuiven.
Idealiter triageer je je mail en beslis je meteen wat je met welke mail gaat doen. Het probleem is alleen dat er te veel mail is, en dat je niet op elk moment van de dag dezelfde mentale ruimte hebt om de juiste beslissingen te nemen. Het is dan ook niet gek dat zoveel mensen hun inbox als takenlijst gebruiken, terwijl die inbox, het digitale equivalent van je brievenbus, daar helemaal niet voor bedoeld is.
Mijn relatie met e-mail is, op zijn zachtst gezegd, al jaren complex, en het werd hoogste tijd daar iets aan te doen. In mijn ogen is het niet langer een betrouwbaar medium. Toch zit er goud in dat archief. Vorig jaar zomer zette ik al 96.000 mails om naar een doorzoekbaar archief, 14 gigabyte aan jaren relaties, toezeggingen en bewijs. Ik kwam tot de conclusie dat het slimmer en robuuster kon. Dat werd ContactOS. Het is een bevrijdingsproject: juist omdat ik uit de inbox wil weglopen, moet het archief zelf het werk gaan doen.
Een relatie ligt nu versplinterd over zo'n acht kanalen, mail, WhatsApp, Signal, sms, telefoon, LinkedIn, elk met een eigen identiteit voor dezelfde persoon, en geen daarvan kent het hele plaatje. ContactOS vouwt al die kanaal-handvatten samen tot één canonieke persoon. Ik noem dat de Power of One: dezelfde mens, ongeacht via welk kanaal hij binnenkomt.
Dat anderen dit soort koppelingen allang maken is geen geheim. Meta heeft WhatsApp, Instagram en Facebook onder één dak en kan die data allang met elkaar verbinden, en verkoopt de resulterende profielen misschien door aan partijen die weer andere stukjes van je hebben. Wat ik bouw is hetzelfde mechanisme, maar dan met mij als enige die er iets aan heeft, in plaats van een advertentienetwerk of nog duisterder doeleinden zoals politieke beïnvloeding.
Een overzicht-stool die verbanden legt
ContactOS verwerkt al mijn communicatiekanalen en slaat de informatie daaruit op de juiste manier op, verbonden met alle andere kanalen, personen, organisaties en gebeurtenissen, in een lokaal register dat ik kan bevragen, dat suggesties doet voor taken, en dat losse dossiers voor me in de gaten houdt. Dit is geen adresboek met extra velden, en geen CRM dat op zoek is naar een verkoopkans. Het is een lens. Beslissen en archiveren vallen samen in één handeling, in plaats van dat ik een mail eerst lees, dan besluit wat ermee moet, en hem daarna nog een keer aanraak om hem weg te zetten.
In de praktijk werkt het als volgt. Als ik een e-mail binnenkrijg, haalt mijn systeem de essentie eruit, niet de eerste regels maar de kern waar het echt om gaat, herkent de afzender en koppelt die aan de juiste persoon in mijn systeem. Is het iemand nieuw, dan vraagt mijn systeem wat we erover moeten vastleggen en waarom. Op dat moment koppelt mijn systeem de mail aan een van zes bakjes: het wordt een taak, krijgt een vlaggetje "hier moet ik op wachten", komt op mijn radar, wordt gekoppeld aan een project, of ik bewaar het of gooi het weg. Op hetzelfde moment weet mijn systeem ook of de informatie in een ander register thuishoort. Gaat het over geld, dan komt het bij een andere lens, FinanceOS, terecht. Gaat het over de relatie of de band die ik met iemand heb, dan bij ThetaOS. Hierdoor hoef ik een mail maar één keer te bekijken, en kan ik in één keer alle waarde eruit halen zonder dat ik er verder nog iets mee hoef. De inbox kan ik loslaten, niet omdat hij is opgeruimd, maar omdat de waarde eruit is gehaald en ergens is beland waar ik hem terugvind.
Bij al mijn lenzen geldt hetzelfde. Het systeem doet een voorstel en ik bevestig dat. Zodra mijn systeem denkt dat twee dingen op elkaar lijken, geeft het aan dat er iets onzekers is dat ik moet toetsen. Elke toevoeging aan het systeem controleer ik dus vooraf zelf.
Het verborgen informatiespectrum achter je e-mails
Tijdens het bouwen kwam ik allerlei leuke mogelijkheden tegen, en één viel extra op. De machine heeft geen enkel probleem met de eerste, makkelijke negentig procent, facturen, nieuwsbrieven, de bulk van alle soorten mail. Maar de reden waarom ik ContactOS ben gaan bouwen, zit hem in die laatste paar procent: de inzichten die je pas krijgt als je over de lengte van jaren in kaart brengt met wie je contact hebt, via welke kanalen en waarover. Ik had nooit gedacht dat zoiets zou kunnen.
Sommige registers bestaan al, zoals contactmomenten, personen en optredens, mail vult die alleen maar verder aan. Het interessantste zit dieper: informatie die mail oplevert, maar die nog nergens een naam had. Aanhef-evolutie bijvoorbeeld: het exacte moment waarop "Geachte" overging in "Hoi", zichtbaar te maken over duizenden mails heen. Of een wederkerigheidsbalans, wie in een relatie altijd vraagt en wie altijd geeft. Of een dankbaarheidsreservoir, waarvoor mensen je door de jaren heen bedankten. Dat zijn geen dingen die in één mail staan. Ze ontstaan pas als je jaren correspondentie tegelijk kunt zien.
Geen van de losse bronnen kent de relatie zelf. LinkedIn ziet connecties, de telefoon ziet gesprekken, de bank ziet transacties, mail ziet berichten. Elke bron ziet maar een schaduw van de relatie, nooit de relatie zelf.
Met digitaliseren kom je alleen maar tot informatie, elke schaduw los opgeslagen, wat de meeste systemen al kunnen. Met informatiseren kom je langzaamaan tot betekenis en duiding, zodra die schaduwen samen ineens vertellen wie ik dreig te vergeten, zonder dat ik ook maar één nieuw gegeven hoefde te verzamelen. Alles wat volgt, was er altijd al.
Wat ik inmiddels gebouwd heb
ContactOS is in een paar dagen tijd van een los idee naar een werkend fundament gegaan. Inmiddels zijn 18.548 losse contactmomenten uit mijn mailarchief verwerkt, met een nauwkeurigheid van ruim vijfennegentig procent bij het herkennen van het juiste bakje. Dat is nog een eerste testrun op één jaar aan mail van één account, goed voor bijna tweehonderd herkende personen. Draai ik dat straks over mijn hele mailarchief, alle jaren erbij, dan loopt dat aantal op naar tienduizend of meer. Maar dit blijft allemaal kandidaat totdat ik het zelf bevestig. Er wordt nog niets automatisch weggegooid.
Het zware werk heb ik al gedaan: uitzoeken hoe dit moet, welk schema werkt, hoe je duizenden losse berichten tot iets samenhangends maakt. Wat overblijft, wordt met de dag makkelijker. Wat weinig mensen beseffen, is dat je iPhone al sinds 2007 bij elke foto een geolocatie, een tijd en een datum opslaat. Je beschikt dus al over een enorm rijk dagboek zonder dat je het weet. Met Claude Code had ik binnen vijf minuten een werkend script dat de datums en coördinaten uit mijn eigen fotobibliotheek trok, achttien jaar aan een chronologisch spoor van bijna elke plek waar ik was geweest, gebaseerd op feiten in plaats van herinneringen. Dat vervolgens koppelen aan mijn bankdata was ook geen dagenwerk. Zoveel van wat mensen nooit beseffen te bezitten, ligt al ergens opgeslagen te wachten. Het enige wat nog moet gebeuren, is het naar boven halen en met elkaar laten praten.
Ik meet mijn contacten in gedeelde tijd, niet in berichtjes
Zodra iemand één canonieke persoon is geworden, blijft er nog een vraag over die geen enkel platform goed beantwoordt: hoe dichtbij staat die persoon eigenlijk? Ergens in mijn systeem staan ruim tweeëntwintigduizend mensen. Dat ik door de aard van mijn werk behoefte heb om overzicht te houden over zo veel contacten tegelijk, maakt een systeem als dit niet overdreven maar logisch. Een adresboek zou ze allemaal gelijk behandelen: de tweeëntwintigduizendste naam net zo zwaar als mijn dochter. Dat klopt niet met hoe relaties functioneren, maar het is precies hoe de meeste systemen het doen, LinkedIn telt je connecties, je telefoon telt je gesprekken, en platforms meten en verkopen vooral wat ze kunnen zien: klikken, likes, berichten, en engagement.
Niemand komt dichterbij je te staan door je vaak te mailen
Daarom orden ik mijn contacten niet als een lijst maar als een reeks ringen om me heen. Ik ben het middelpunt; daaromheen liggen zeven schillen die naar buiten toe wijder en losser worden. Iedereen die ik ken landt in precies één ring. En het belangrijkste: die ring is geen oordeel over hoe waardevol iemand is, maar een momentopname van hoe dichtbij iemand nú staat.
Wat een ring betekent
Ik heb geprobeerd de ringen niet als een getal te definiëren, maar als iets menselijks. De vraag achter ring 1 is heel concreet: doet deze persoon de deur open als ik onaangekondigd langskom, en kan ik ze om echte hulp vragen? Dat is de toets. Klopt de ring niet met dat gevoel, dan klopt mijn systeem niet, niet andersom.
- Ring 0, de kern: mijn gezin. Verder niemand.
- Ring 1: de deur gaat open, ook onaangekondigd. Je vraagt ze om hulp.
- Ring 2: warm, je spreekt graag af, maar niet die spontane intimiteit.
- Ring 3: een netwerk dat leeft, af en toe contact.
- Ring 4 tot 6: mensen die je kent, of die jou kennen, of alleen nog een naam op een lijst.
De maat eronder is losjes Dunbar: een handvol dierbaren, ongeveer honderdvijftig echte relaties, en dan steeds bredere buitenringen.
Wat schuift iemand naar binnen? Niet hoe vaak, maar wat je samen doet. Een gedeelde vlucht of een weekend weg is uren tot dagen samen zijn. Een appje is een seconde. Dus iemand met wie ik in een half jaar drie uitjes en twee reizen deel, hoort dichterbij dan iemand met wie ik af en toe mail, ook al staat die mailer op meer "contactmomenten".
Twee dingen bepalen het gewicht. Ten eerste de tijd: hoe lang was je samen, maar met afnemende meeropbrengst, want het tiende uur van een diner bindt minder dan het eerste. Ten tweede de intimiteit: een diner bij mij thuis telt zwaarder dan hetzelfde diner in een restaurant, en een gezamenlijk uitje telt zwaarder dan drie projecten samen doen. Thuis laat je iemand in je persoonlijke ruimte; werk is veel tijd met weinig nabijheid. En een etentje met z'n tweeën is iets heel anders dan een feest met twaalf, intimiteit is per persoon, niet per gebeurtenis.
De beste bank voor je sociale kapitaal
Er zat een fout in mijn eerste model: als ik alles gewoon liet vervallen, dan zakte oude nabijheid vanzelf weg. Maar zo werkt het niet. Je verliest die nabijheid niet omdat je dit jaar geen reis samen deed, zolang je contact houdt.
Dus wat ik hier eigenlijk opbouw is sociaal kapitaal, en nabijheid is de maat waarmee ik per persoon zie hoeveel dat kapitaal waard is. Het is geen prestatie die je telkens opnieuw moet leveren. De band die je ooit samen bouwde zakt heel traag, over jaren. En een klein teken van leven, een kort belletje elke paar weken, houdt die band vast. Denk aan een reservoir: ooit vulde je het tot een hoog niveau, sindsdien lekt het langzaam leeg, maar elk contact houdt het peil vast. Een appje van tien seconden vult geen leeg reservoir, maar houdt een vol reservoir wél vol.
Zonder die regel zou mijn systeem al snel dezelfde fout kunnen maken die mijn eigen geheugen ook wel eens maakt: recent contact voor nabijheid aanzien, en stilte voor afstand. Zo blijft iemand met wie ik vijf jaar geleden veel deelde en nog steeds af en toe contact heb, gewoon in ring 1.
Er is nog een dimensie, en die ontdekte ik toen ik dacht dat losse vermeldingen niet meetellen, dat bleek te grof. Als ik iemand bewust noem en koppel aan een uitje, een optreden, een bijeenkomst, een leuk moment, dan maak ik een echte verbinding. En wat pas iets zegt, is de bréédte ervan: iemand die opduikt in een uitje én op een podium én in een vergadering én bij een mooi moment is op een andere manier met mijn leven verweven dan iemand met wie ik alleen maar veel mail.
Dat is niet hetzelfde als veel tijd, en niet hetzelfde als intimiteit. Het is een derde ding: in hoeveel verschillende hoeken van mijn leven iemand voorkomt. Vier verschillende soorten momenten zeggen meer dan vier keer hetzelfde. Wie door mijn leven heen geweven zit, staat dichterbij dan de som van losse momenten laat zien.
De machine doet het rekenwerk, ik bepaal de kern
Door alle ringen heen houd ik het laatste woord, maar niet overal op dezelfde manier. De kern, ring 0, mijn gezin, kan mijn systeem nooit zelf vullen. Die zet ik met de hand, en geen enkele berekening kan iemand ooit tot mijn kern promoveren. Wie in mijn hart staat bepaal ik zelf. Bij de andere ringen ligt dat anders. Bij ring 1 grijp ik regelmatig zelf in. Door tijdelijk intensief contact komt iemand soms per ongeluk in ring 1 terecht, en dan zet ik diegene zelf weer terug naar ring 2. Zo verfijn ik stap voor stap het algoritme erachter, waardoor mijn systeem alleen maar beter gaat werken, nooit slechter. Dat is iets anders dan bij de kern: bij ring 1 corrigeer ik een uitkomst, bij de kern mag er nooit een uitkomst zijn om te corrigeren.
De machine mag met bewijs schuiven binnen een categorie die ik al heb vastgelegd, iemand naar binnen tillen op grond van wat we samen deden. Bij de kern mag hij niet eens meedenken over wat die categorie betekent. Dat is een ander soort controle dan alleen een voorstel goedkeuren of afwijzen, en dezelfde regel als bij de mailkoppelingen eerder: het systeem mag mensen alleen naar binnen tillen op grond van wat we samen deden, nooit naar buiten duwen omdat ik iets vergat vast te leggen. Heb ik een etentje met iemand niet in het systeem gezet, dan betekent dat niet dat we elkaar minder zien, het betekent alleen dat ik het niet heb opgeschreven.
Wat er gebeurt als je de silo's sloopt en verbindt
Wat we tegenwoordig Big Tech noemen speelt hier een grote rol. Ze weten op allerlei manieren van alles over me, en wat ze missen kopen ze erbij, om te kijken of ze me kunnen verleiden tot aankopen waar ik niet op zat te wachten. Nu ik dit zelf bouw, bepaal ik zelf hoe ik met de verbindingen tussen mijn eigen data omga, en heb ik er ook zelf iets aan. AI gebruik ik alleen om de code te schrijven die mijn informatie op de juiste plek zet en met elkaar verbindt. Mijn data zelf raakt AI niet, die draait volledig op mijn eigen computer. Dit is precies waarom ik er een boek over schreef, Informatieautonomie.
Wat als we onze eigen informatie kunnen uitlezen en er betekenis aan kunnen geven, om op basis daarvan betere beslissingen te nemen en beter te begrijpen wie we zijn en wat we doen?
Ik ben nog lang niet klaar met deze lens. Veel van wat voor mij belangrijk is, heb ik nog niet vastgelegd. Maar het model wijst me de goede kant op, en wordt per dag slimmer en sneller, niet door meer data, maar door meer verbindingen tussen de data die ik al heb.
Dat is voor mij de kern van het hele idee. Ik doe waar ik het beste in ben, en de computer doet waar de computer het beste in is. AI speelt daarbij een prachtige, kleine bijrol.
Ideeën en nog te bouwen lenselementen
Ter inspiratie: dit zijn nieuwe ideeën en inzichten die ik nog aan het verkennen ben. Vijftien jaar mailarchief kan aan zoveel meer bijdragen dan ik in dit stuk kon behandelen. Een greep uit wat er nog ligt te wachten, van oppervlakkig naar diep.
Dicht aan de oppervlakte: pakketten onderweg, met status en bezorgdatum. QR-codes en toegangsbewijzen voor concerten en reizen die ik allang vergeten was. Een inventaris van elke dienst waar ik ooit een account voor aanmaakte. Tegoeden en cadeaubonnen die nog open staan. Welke garanties nog gelden, simpelweg af te leiden uit een aankoopdatum en de bijbehorende voorwaarden.
Mijn eigen levensloop: een tijdlijn van verhuizingen, nieuwe banen, geboortes en afscheid in mijn kring, zichtbaar te maken uit felicitaties en condoleances die ik kreeg. Mijn eigen loopbaan- en adresgeschiedenis, terug te lezen uit vijftien jaar handtekeningen onder mijn eigen mails.
De spiegel, relationeel gedrag dat alleen correspondentie kan laten zien: hoe snel of traag ik op wie reageer. In mijn ervaring zijn relaties een dynamisch geheel, mensen bewegen naar je toe, mensen bewegen van je af, en vaak ook weer terug, dat hoort er gewoon bij. Doodgebloede relaties: contacten met het laatste bericht jaren geleden. Onbeantwoorde draden die nog ergens wachten. Hoe vaak ik twee mensen met elkaar in contact bracht, en of daar iets uit voortkwam. Wie recent opkwam in mijn kring, en wie geleidelijk verdween. Wat ik ooit toezegde en nooit waarmaakte. Welke vraag mensen mij steeds opnieuw stellen.
De herkomst van mijn eigen denken: wanneer een kernbegrip in mijn werk voor het eerst opdook, en wie het aandroeg. Welk artikel of boek iemand me stuurde dat weken of jaren later terugkwam in mijn eigen werk. Welke van mijn eigen zinnen anderen zijn gaan terugkaatsen.
En de bodem, waar de mailbox echt een zelfportret wordt: waar mijn aandacht per periode naartoe ging, en wat ik structureel liet liggen. Een grootboek van gunsten, wie mij nog iets verschuldigd is, en andersom, open of allang stilzwijgend vereffend.
Dit zijn stuk voor stuk kandidaten, geen vaststaande registers. Sommige zullen zich in de praktijk bewijzen. Andere blijven een idee dat nooit hard genoeg terugkomt om een eigen plek te verdienen. Dat onderscheid maakt de tijd, niet ik vooraf.
ContactOS is de eerste lens die ik uitvoerig beschrijf binnen mijn Life Lens System. Ik beschik inmiddels over meer dan twintig lenzen, elk een andere manier om informatie die ik al heb met elkaar te verbinden, en er komen er nog meer.