Een pleidooi vóór én tegen enthousiasme
Binnenkort promoveert Rijn Vogelaar op enthousiasme. Als eerste ter wereld. Ik heb absoluut een diepe band met dat woord. Het is een motor van wat er lukt in mijn leven en ook mijn valkuil. Rijn deed er wetenschappelijk onderzoek naar en we spraken er in een paar mooie gesprekken over. Het woord wordt overal voortdurend gebruikt, organisaties zoeken ernaar en sprekers worden erop beoordeeld. Op sociale media lijkt overtuiging vaak belangrijker dan de inhoud. Een paar jaar geleden kwam het boek Pleidooi tegen enthousiasme uit, van Coen Simon, een boek dat waarschuwt voor een samenleving waarin enthousiasme langzaam de plaats van kennis inneemt.
Ik kreeg afgelopen week het boek van Rijn in handen, en vergeleek het met boek van Coen dat ik bij toeval tegenkwam bij het opschonen van mijn boekencollectie. Eigenlijk schrijven ze beiden over hetzelfde probleem.
Binnenkort promoveert Rijn Vogelaar op enthousiasme. Als eerste ter wereld. Ik heb absoluut een diepe band met dat woord. Het is een motor van wat er lukt in mijn leven en ook mijn valkuil. Rijn deed er wetenschappelijk onderzoek naar en we spraken er in een paar mooie gesprekken over. Het woord wordt overal voortdurend gebruikt, organisaties zoeken ernaar en sprekers worden erop beoordeeld. Op sociale media lijkt overtuiging vaak belangrijker dan de inhoud. Een paar jaar geleden kwam het boek Pleidooi tegen enthousiasme uit, van Coen Simon, een boek dat waarschuwt voor een samenleving waarin enthousiasme langzaam de plaats van kennis inneemt.
Ik kreeg afgelopen week het boek van Rijn in handen, en vergeleek het met boek van Coen dat ik bij toeval tegenkwam bij het opschonen van mijn boekencollectie. Eigenlijk schrijven ze beiden over hetzelfde probleem.
Over de vraag wat er gebeurt wanneer energie losraakt van betekenis.
Filosofen denken al eeuwen na over enthousiasme. De Grieken gebruikten het woord enthousiasmos voor een toestand waarin iemand bezield leek door iets hogers. Plato keek daar dan weer met wantrouwen naar. Inspiratie kon iemand boven zichzelf uittillen, maar iemand kon zichzelf er ook volledig in verliezen (heel herkenbaar kan ik uit eigen ervaring vertellen). Tijdens de Verlichting werd enthousiasme zelfs verdacht omdat het te dicht tegen fanatisme en massapsychologie aanschuurde, en ik denk dat dat terecht was.
Immanuel Kant, die ik zeer bewonder en een belangrijke bijdrage leverde aan de epistemologie (de bewijskunde), formuleerde iets essentieels:
"Zonder enthousiasme wordt er zelden iets groots bereikt"
Ik denk dat dat klopt. Niemand start een beweging, schrijft een boek of bouwt iets nieuws zonder een vorm van begeestering. Rijn laat in zijn onderzoek ook zien dat enthousiasme veel meer is dan een prettig gevoel. Enthousiaste mensen krijgen namelijk anderen mee en brengen daarmee de geestdrift buiten hunzelf. Ze versterken de motivatie van mensen die de kans ook zien, versnellen de onderlinge samenwerking en brengen ideeën in beweging. Enthousiasme verspreidt zich dus sociaal, in relatie met anderen.
En daar zit ook de spanning.
Coen Simon ziet het scherp: enthousiasme neemt steeds vaker de plaats van kennis in. Niet degene met de beste argumenten wint, maar degene die het meest overtuigd klinkt. Dat is van alle tijden overigens. Het heeft veel voor- én nadelen, en in mijn rol als spreker heb ik er maar al te vaak mee te maken. Het is één van de redenen waarom ik liever niet geboekt wil worden voor een inspirerende sessie. Waar de bezoekers vol energie de zaal uitlopen, terwijl bijna niemand een dag later nog exact kan uitleggen wat er eigenlijk gezegd werd. Verplicht enthousiasme, much ado about nothing zoals Shakespeare dat zou noemen. Mensen voelen intuïtief dat opwinding niet hetzelfde is als een inzicht dat hun handelen verandert, iets waar mijn collega-sprekers zich best wat meer rekenschap van mogen geven. Juist tijdens de vragen achteraf wordt vaak zichtbaar hoeveel begrip er werkelijk onder het enthousiasme ligt.
Aristoteles biedt raad. Hij onderscheidde logos, ethos en pathos: verstand, karakter en emotie. Aan pathos ontbreekt het moderne organisaties zelden. Er is energie, ambitie, urgentie en een eindeloze stroom verhalen. Maar logos — helder denken, precieze definities, werkelijk begrip — raakt opvallend vaak op de achtergrond. En ethos, de vraag waarom we iets doen en vanuit welke waarden, wordt gemakshalve veel te vaak overgeslagen en niet diep onderzocht. Er beweegt van alles, maar beweging alleen is nog geen richting.
Ik begon te zien dat enthousiasme niet alleen energie geeft, maar soms ook nuance verdringt. Dat is waarschijnlijk één van de redenen waarom zoveel publieke discussies steeds sneller verharden. Enthousiasme versnelt terwijl nuance juist vertraagt. En in een cultuur die snelheid, zichtbaarheid en overtuigingskracht beloont, voelt vertraging al snel als twijfel of zwakte. Terwijl juist daar vaak het echte denken begint. Ik ben gezegend met fijne mensen om me heen die me liefdevol en geduldig dwingen tot nuance én vertraging.
Hierdoor begin ik ook een ander soort enthousiasme te herkennen: niet het enthousiasme dat nuance wegdrukt, maar het enthousiasme dat juist nieuwsgierigheid, precisie en gezamenlijk onderzoek oproept.
Ik begon te zien dat enthousiasme niet alleen energie geeft, maar soms ook nuance verdringt. Dat is waarschijnlijk één van de redenen waarom zoveel publieke discussies steeds sneller verharden. Enthousiasme versnelt terwijl nuance juist vertraagt. En in een cultuur die snelheid, zichtbaarheid en overtuigingskracht beloont, voelt vertraging al snel als twijfel of zwakte. Terwijl juist daar vaak het echte denken begint. Ik ben gezegend met fijne mensen om me heen die me liefdevol en geduldig dwingen tot nuance én vertraging.
Hierdoor begin ik ook een ander soort enthousiasme te herkennen: niet het enthousiasme dat nuance wegdrukt, maar het enthousiasme dat juist nieuwsgierigheid, precisie en gezamenlijk onderzoek oproept.
Wat mij diep fascineert is iets waarvoor ik eigenlijk nog geen goed bestaand woord ken. Misschien komt epistemologisch enthousiasme nog het dichtst in de buurt.
Niet enthousiasme ondanks bewijs, maar enthousiasme dat juist ontstaat doordat losse signalen langzaam samenhang beginnen te vormen. Wanneer verschillende lijnen steeds vaker dezelfde richting op wijzen en iets wat eerst speculatief leek langzaam aannemelijk wordt.
Precies wat we zien in de Pilot Informatie Autonomie. Daar zit al sinds de start een diepe vorm van hoop onder: het gevoel dat het anders kan. Dat we ons informatievraagstuk niet per definitie hoeven uit te besteden aan grote Amerikaanse techbedrijven of logge IT-trajecten. Dat eenvoudige bestandsformaten, semantische structuur en informatiebegrip misschien veel belangrijker zijn dan we tientallen jaren hebben aangenomen. En dat het gebrek aan dit inzicht de samenleving onterecht én onnodig jaarlijks miljarden kost.
Wat mijn enthousiasme sterkt, is dat steeds meer losse observaties langzaam een patroon beginnen te vormen. Vanuit techniek, archieven, organisatiekunde en de dagelijkse praktijk zie ik telkens dezelfde conclusie terugkeren: we verspillen absurd veel energie en denkvermogen aan systemen die informatie wel opslaan, maar nauwelijks helpen begrijpen , een bron van onwaarschijnlijk veel kosten en ellende.
Wellicht is dat uiteindelijk het verschil tussen oppervlakkig enthousiasme en epistemologisch enthousiasme. Het eerste probeert twijfel te overschreeuwen. Het tweede wordt juist sterker naarmate meer observaties, ervaringen en bewijzen langzaam dezelfde richting op beginnen te wijzen.
Willem Elsschot beschreef dat prachtig in Het Huwelijk. Het gedicht gaat ogenschijnlijk over een man die droomt van een ander leven, maar uiteindelijk gevangen blijft in de werkelijkheid die hij zelf mede heeft opgebouwd:
Maar doodslaan deed hij niet,
want tussen droom en daad
staan wetten in de weg
en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid,
die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt,
wanneer men slapen gaat.
Dat herken ik in mijn eigen pionierswerk. Tussen hoop en werkelijkheid staan namelijk altijd praktische bezwaren, angstscenario’s en mensen met belangen in het bestaande systeem. Je beweegt je jarenlang door een landschap waarin iets voor jou al zichtbaar begint te worden, terwijl anderen vooral de risico’s van verandering zien.
Misschien is dat uiteindelijk ook de meest waardevolle vorm van enthousiasme. Niet het opgewekte enthousiasme van slogans en inspiratiesessies, maar de geestdrift die ontstaat wanneer hoop langzaam steeds meer steun krijgt van de werkelijkheid zelf. Misschien is dat uiteindelijk ook de meest waardevolle vorm van enthousiasme. Niet het opgewekte enthousiasme van slogans en inspiratiesessies, maar de geestdrift die ontstaat wanneer een vermoeden langzaam steeds meer steun krijgt van de werkelijkheid zelf.
Komend weekend verschijnt er in de wetenschapsbijlage van NRC een stuk over het onderzoek van Rijn, een goede zaak! Opdat we deze merkwaardige menselijke kracht misschien langzaam beter leren begrijpen. Een kracht die mensen kan verblinden, maar ook in staat is nieuwe werkelijkheden zichtbaar te maken voordat ze breed erkend worden.
Juist daarom moeten we enthousiasme niet aanbidden, maar zeker ook niet tekort doen. We moeten het gewoon beter leren begrijpen.
Ik sprak Rijn nog even en vroeg hem naar wat hij ging doen nu zijn onderzoek af was. Hij wil het liefst het verhaal op zoveel mogelijk plekken delen, en als coach mensen die het vuur van de begeestering kwijt zijn helpen met aanwakkeren. Rijn is overigens ook nog als ambassadeur van Digitale Fitheid actief en schreef het genomineerde boek Digital Wellbeing @Work.