Terwijl ik werkte aan mijn boek Informatieautonomie en mijn twee boeken over Obsidian, ontdekte ik voortdurend nieuwe dingen. Praktische ideeën, inzichten en lessen die een eigen boek verdienen. Ze draaien om een vraag die me al jaren enorm bezighoudt: wat als ik geen onderscheid meer maak tussen mijn privé-informatie en mijn professionele informatie? Als ik naar alles tegelijk zou kunnen kijken, wat zou ik daar dan allemaal uit kunnen afleiden en leren? En waar zou ik dan mijn voordeel mee kunnen doen? Om betere ideeën te krijgen of om gedoe te besparen.
Afgelopen december gaf ik die ideeën een naam: het Life Lens System, kortweg LLS, een steeds uitgebreidere verzameling lenzen waarmee je naar je eigen informatie kunt kijken. Elke lens biedt een eigen perspectief. Je kunt ze afzonderlijk gebruiken, maar vooral ook combineren, zoals je met verschillende optische lenzen een microscoop of een telescoop kunt bouwen: de combinatie bepaalt wat je kunt zien.
Wat dat nu pas mogelijk maakt, is dat zelfgemaakte software-agents die lenzen zelfstandig kunnen bedienen. Ze lezen mijn documenten en mail, kunnen organisaties, personen en projecten die erin voorkomen herkennen, en nemen me inmiddels veel voorbereidend werk uit handen, met een duizelingwekkende snelheid. Iets wat een jaar geleden zo goed als ondoenlijk was.
Inmiddels heb ik bijna twintig van die lenzen. Daarmee kijk ik bijvoorbeeld naar mijn contacten, e-mail, bankgegevens en administratie. Elke lens maakt bepaalde informatie toegankelijk en bruikbaar. Maar de allerleukste effecten blijken te ontstaan wanneer je die lenzen gaat combineren.
Zo heb ik een paar lenzen gecombineerd waarmee ik breed en diep kan kijken naar een binnenkomende factuur die via e-mail verstuurd wordt. Mijn systeem ziet op welk mailadres en in welk mailaccount die binnenkomt, wie de afzender is en bij welke organisatie die hoort. Het herkent de bijgevoegde pdf als factuur en leest die uit.
Vervolgens controleren andere lenzen of dit een bekende leverancier is, of ik die eerder heb betaald en welk IBAN erbij hoort. Daarbij gebruiken ze een gecontroleerd overzicht van welke bankrekeningen bij welke organisatie horen. Het systeem koppelt de factuur vervolgens aan de juiste contactpersoon, organisatie, zakelijke entiteit en het bijbehorende project.
Daarna staat de pdf klaar in de administratie voor mijn boekhouder, en de betaling klaar voor mijn akkoord in de Bunq-app, zonder dat ik het voorbereidende werk hoef te doen.
Alle informatie die daarvoor nodig is, zat al ergens verspreid over mijn bronnen. Door verschillende lenzen te combineren, kan mijn systeem die informatie in samenhang gebruiken en er handelingen aan verbinden.
Een ander voorbeeld gaat niet over administratie, maar over gezondheid. Na mijn hersinfarct ging ik op zoek naar correlaties tussen mijn eet- en drinkgewoontes, mijn hartslag, mijn gewicht en mijn slaap. Door een aantal informatiekanalen te combineren, kon ik op onderzoek uitgaan en op basis van harde data mijn leefpatronen aanpassen. Die feedback hielp me mijn gezondheid stap voor stap te verbeteren.
En dit zijn nog maar twee voorbeelden van hoe een paar lenzen kunnen samenwerken. Met bijna twintig (en er komen ongetwijfeld nog veel meer) valt er ontzettend veel te onderzoeken. Elke nieuwe lens biedt een ander perspectief, maar levert ook weer nieuwe combinaties op met de lenzen die er al zijn.
Ik voel me inmiddels steeds meer een lenzenbouwer. Dat ambacht past bij mijn nieuwe rol als informatiealchemist: onderzoeken wat er mogelijk wordt wanneer je informatie anders bekijkt, verbindt en gebruikt.
Hoe ziet het ambacht van lenzenbouwen eruit in 2026? Dat ontdek ik al doende. Er zijn dagen waarop ik twaalf uur bezig ben met slijpen, ontwikkelen, uitproberen en bijstellen, en wat ik daarbij allemaal tegenkom, blijft me verbazen en verwonderen. Een combinatie die werkt, roept vaak meteen drie nieuwe ideeën op.
Inmiddels zijn op verschillende plekken in de wereld ook anderen bezig met hun eigen LLS. Iedereen brengt andere informatie, vragen en ervaringen mee. Daardoor ontstaan er lenzen en toepassingen die ik zelf niet had kunnen bedenken.
Veel mensen die aan hun eigen versie van een second brain bouwen, herkennen de opwinding van het moment dat je een vraag aan je eigen notities stelt en een antwoord krijgt uit een archief waar je eigen brein nooit bij had kunnen komen. Tiago Forte, Nick Milo en David Allen hebben ieder op hun eigen manier laten zien hoe je dat voor elkaar krijgt. De laatste jaren is daar in Notion of Obsidian ook nog een AI-laag overheen gekomen die het zoeken nog sneller maakt. Andrej Karpathy deelde onlangs zo'n methode: een taalmodel dat een levende wiki bijhoudt vanuit een map met aantekeningen.
Wat ik onderweg ontdekte, is dat het probleem eigenlijk nooit was dat ik iets niet kon terugvinden. Het probleem was dat die informatie verspreid zat over allerlei plekken en kanalen, en dat het tot nu toe vrijwel onmogelijk was om die brokjes moeiteloos naast elkaar te leggen, te ontdubbelen en met elkaar te verbinden.
Een taalmodel dat je notities doorzoekt, wordt daar niet vanzelf beter in. Het ziet nauwelijks uit zichzelf dat een dip in je bloeddruk vorige week samenviel met een spannend project, want daarvoor moet het systeem al weten dat die twee dingen over dezelfde persoon gaan, in dezelfde week en uit hetzelfde leven. Zolang die herkenning ontbreekt, blijft ook een slimme AI-laag zoeken in gegevens die niets van elkaar weten.
Een LLS begint aan de andere kant. Niet bij het document, maar bij de persoon, de organisatie, de gebeurtenis zelf, die in het systeem één vaste identiteit heeft en waaraan je de bijbehorende informatie koppelt. Een second brain vergroot je geheugen. Een Life Lens System vergroot je waarneming.
Over die ontwikkeling schrijf ik samen met Stephan van de Ven een nieuw boek. Stephan ontwikkelt zijn eigen LLS en brengt zijn ervaringen mee. Ook Aria Khodaverdi levert een bijdrage. Zij schreef dit stuk over mijn LLS en is inmiddels op LLS-systemen afgestudeerd aan een Duitse universiteit. Vele anderen dragen daarnaast ook hun steentje bij.
In het boek beschrijven we verschillende lenzen én de samenhang ertussen: wat een lens doet, welke informatie die nodig heeft, wat die oplevert en wat er mogelijk wordt wanneer je verschillende lenzen laat samenwerken. We willen onze experimenten, ontdekkingen en praktische lessen zo beschrijven dat anderen ermee aan de slag kunnen.
We gaan ook dieper in op de informatiearchitectuur erachter: hoe je informatie zo organiseert dat lenzen ermee kunnen werken, en hoe je zelf zicht en grip houdt op wat er gebeurt.
Dit boek is voor iedereen die zich eerder verdiepte in Getting Things Done, Building a Second Brain of Linking Your Thinking, of die Informatieautonomie al las of met Digitale Fitheid bezig is. Eigenlijk is de enige echte vereiste nieuwsgierigheid: naar wat er nog meer met je eigen informatie kan, hoe je er meer grip op krijgt, en welke verbanden en inzichten dat oplevert.
Aan de basis van dit boek ligt een langere zoektocht naar wat kennis, betekenis en bewijsbaarheid eigenlijk zijn. Daarbij gaat het ook om de vraag wanneer je een verband kunt vertrouwen. Een systeem kan van alles suggereren, verbanden, patronen, mogelijke verklaringen, maar wat zou zo'n verklaring eigenlijk kunnen weerleggen? Onder meer het werk van filosofen als Leibniz, Peirce en Popper hielpen me om daar scherper over na te denken, en die vraag wil ik blijven stellen wanneer een systeem me voortdurend verbanden aanreikt.
Andere denkers die met dit soort vragen worstelden, zoals Bush en Turing, komen uitgebreider aan bod in het boek zelf.
Voor mij is dat een van de uitgangspunten van een betrouwbaar Life Lens System: je moet altijd kunnen terugvinden waar een verband of een feit vandaan komt, en altijd kunnen checken wat de bewijsgrond is van elk blokje informatie.
Daar ligt ook de kern van de verbinding met informatieautonomie. Bij mijn eigen Life Lens System breng ik mijn e-mail, mijn bankgegevens en straks ook mijn gezondheidsdata niet onder bij een aanbieder die bepaalt wat ermee gebeurt. Ik wil zelf bepalen welke bronnen het systeem raadpleegt, welke regels het volgt en welke handelingen het mag uitvoeren, en ik wil koppelingen kunnen controleren, bijstellen en verbreken. Voor mij voelt dat als de meest concrete vorm die ik tot nu toe aan informatieautonomie heb kunnen geven.
De Nederlandse editie verschijnt als eerste, niet lang daarna gevolgd door de internationale editie, en samen met Aria Khodaverdi schrijf ik voor de Duitse markt nog een aparte editie.
Ik vermoed dat deze manier van werken veel navolging gaat krijgen. In de informatie die we al hebben, zitten nog zoveel onontdekte mogelijkheden. Voor wie niet kan wachten en nu al wil beginnen met experimenteren: hier vind je veel meer informatie. Ik ben voorlopig nog lang niet klaar met lenzen slijpen.
In dit blog link ik telkens de berichten over nieuwe lenzen, tevens als research voor mijn nieuwe boek.