Martijn Aslander

May 27, 2026

Praten met je eigen boeken - mijn virtuele bibliotheek

Praten met je eigen boeken

In de afgelopen dertig jaar bouwde ik een bibliotheek op van meer dan duizend boeken. Ik ben een fan van Umberto Eco's concept van de antibibliotheek: de ongelezen boeken zijn minstens zo waardevol als de gelezen, want ze vertegenwoordigen wat je nog niet weet. Ik omring me graag met boeken en alles wat ze symboliseren. Maar een paar jaar geleden timmerde ik een extra boekenkast omdat ik ze nergens meer kwijt kon. Op dat moment begon het te wringen.

Mijn bibliotheek bestaat grofweg uit drie soorten boeken: boeken waar ik een emotionele band mee heb, boeken die nauw verbonden zijn aan mijn werk, en de rest. Die rest, gelezen en ongelezen, is voornamelijk non-fictie die ik paraat heb voor mijn research. Boeken waar je even in bladert omdat je iets wil opzoeken of checken. Dat bladeren was natuurlijk suf tijdrovend handwerk, waarvoor ik bovendien ook nog op dezelfde plek moest zijn als mijn boeken. Dat gaat nu veel slimmer.


Mijn eigen bibliotheek van Alexandrië

De oplossing ontstond via het oorlogsarchief dat ik de afgelopen jaren bouwde. Voor dat archief had ik een virtuele bibliotheek nodig die ik inhoudelijk kon kruisen met mijn bronnen. De hele Loe de Jong, het standaardwerk over de Nederlandse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, en Defend the Realm van Christopher Andrew, de geautoriseerde geschiedenis van MI5: door die slim te analyseren en kruisbaar te maken kon ik ze ineens vergelijken met de meer dan twee miljoen records in mijn oorlogsarchief.

Wat zeggen de boeken, wat zeggen de primaire bronnen in mijn databases, en waar zitten de spanningen? Nu kan ik personen, gebeurtenissen zoals een executie of een verraad, locaties en datums volautomatisch vergelijken met wat er in boeken wordt beweerd, zodat de spanning tussen primaire bronnen en secundaire literatuur bloedsnel zichtbaar wordt.

Dit is uiterst waardevol voor elke historicus en onderzoeker. Er bestaan tools die boeken annoteren, tools die archieven kruisen, en tools die kennisgrafen bouwen. Maar een systeem dat een persoonlijke bibliotheek automatisch koppelt aan primaire archiefbronnen en die twee met elkaar laat praten? Dat bestaat nergens, voor zover ik weet.

Die virtuele bibliotheek vernoemde ik naar het Mouseion, de legendarische bibliotheek van Alexandrië die naast haar functie als bibliotheek ook een leer- en ontwikkelfunctie had, domeinen oversteeg en vakgebieden en continenten verbond. Zoiets wilde ik voor mezelf hebben.

Uit nieuwsgierigheid probeerde ik hetzelfde uit op een paar andere boeken die ik digitaal kon vinden. En toen was het hek van de dam.


Hoe dit verwerkingsmechanisme werkt

In de PKM Summit-community zie ik veel mensen bezig met het bouwen van een eigen digitale bibliotheek. De meeste bouwen iets statisch: covers, plaatjes, linkjes, nette overzichten. Ik heb dat verder uitgebouwd tot een dynamische bibliotheek waarin boeken met elkaar praten.

Veel mensen digitaliseren een boek en nemen genoegen met de doorzoekbare platte tekst. Ik ga een stap verder, en dat is precies wat Seth Godin more trouble than it's worth noemt: de dingen die meer moeite kosten dan ze waard lijken, zijn vaak de dingen die de moeite waard zijn — omdat anderen er niet de moeite voor nemen. Elk element in het boek krijgt wat ik entiteitsduiding noem: ik sla slim op wat een naam is, een begrip, een term, een locatie of een datum. Daardoor kan ik een boek veel gerichter bevragen en analyseren.

De sleutel bleek het domeinlexicon. Per domein, zoals de Tweede Wereldoorlog, cognitie of organisatiekunde, bouwde ik een lexicon met alle woorden, namen, begrippen en concepten die erbij horen. Datzelfde principe werkt voor een boek. Met een lokaal draaiend script, gebouwd met Claude Code, haalt Ana alle concepten, begrippen en gevolgtrekkingen uit een boek en maakt ze verbindbaar met alles wat al in mijn Life Lens System zit, inclusief mijn eigen schrijfwerk.


Wat er daardoor ineens mogelijk is

Afgelopen week moest ik uitzoeken of David Allen ooit iets had gezegd over bestandsformaten, zowel in zijn boek als op het web. Tot vorige week betekende dat het boek erbij pakken en bladeren, het web erbij halen, Google inzetten en mijn eigen aantekeningen doornemen. Nu stelde ik de vraag één keer en kreeg een antwoord dat ik kon gebruiken.

Of het ja of nee was, deed er minder toe. Dat het klopte en verifieerbaar was, was cruciaal.

Voor de research van Informatieautonomie werkte ik tegelijk met Clay Shirky's Cognitief Surplus, mijn eigen eerdere boek, een werkstuk en het manuscript dat ik op dat moment schreef. Al die bronnen tegelijk bevragen, verbanden leggen, checken of ik mezelf tegensprak: dat is zonder mijn systeem simpelweg niet te doen. Dat lukt dankzij slimme informatiearchitectuur die lokaal op mijn computer draait en niks te maken heeft met AI.

Wat dat in de praktijk betekent: ik vraag via Wispr Flow of Spokenly, mijn spraakinterfaces met de computer, gewoon hardop: welke boeken in mijn bibliotheek schreven wanneer wat over het fenomeen bias? En wat heb ik er zelf over gezegd in mijn optredens, mijn podcasts, mijn boeken, mijn blogs en mijn weekberichten?

In de praktijk betekent dat: ik stel een vraag en krijg binnen seconden een overzicht van alle boeken die daar ooit iets over zeiden, wat er precies over gezegd werd, wat de kernboodschap is, en de bronnen erbij. Razendsnel, ongekend.

En dit is nog maar het begin. Naast Ana heb ik nog een paar andere AI-agenten die elke hypothese, gedachte of stelling volautomatisch kunnen toetsen aan meer dan 280 miljoen wetenschappelijke artikelen. Research on steroids dus. Daar schrijf ik binnenkort een apart artikel over.


Hoe ik mijn eigen boeken in die bibliotheek kreeg

Tot ik de kracht van dit systeem door had, was voor mij het fysieke boek heilig. Momenteel slaat het bewaren van al die dikke boeken waar ik geen emotionele band mee heb, maar waar ik af en toe in bladerde voor mijn research, nergens meer op.

Een van mijn favoriete bezigheden op dit moment is het binnenhalen van die boeken in het Mouseion. De digitale versies zoek ik op en laad ik in. De papieren versie gaat naar het antiquariaat. Dat scheelt bij de dikke boeken enorm veel ruimte. Voor de edities die ik online niet kan vinden, ga ik naar de printerette in Haarlem. Die snijdt in één beweging de kaft eraf. Wat overblijft haal ik door mijn Fujitsu ScanSnap iX500, en daarna door mijn OCR-pijplijn. Binnen een paar minuten zit een boek van driehonderd pagina's volledig kruisbaar in mijn systeem.

Ik had gewild dat ik dit twintig jaar eerder had gekund.

About Martijn Aslander

Technologie-filosoof | Auteur | Spreker | Verbinder | Oprichter van vele initiatieven

Momenteel vrolijk druk met Digitale Fitheid 

De leukste dingen die ik momenteel aan het doen ben: https://linktr.ee/martijnaslander en https://linktr.ee/digitalefitheid