Dit is Sorry Boy, te zien bij Bas Kosters' expo 'Many loving arms' in het Rijksmuseum Twenthe. Sorry Boy is ontwikkeld tijdens een artist-in-residency in Arita, Japan. De naam komt voort uit een wegversperring die Bas in Tokio zag, met daarop het woord 'Sorry': in Japan verontschuldigt zelfs het straatmeubilair zich. Bas maakte er een figuur van die met open armen juist uitnodigt om jezelf te laten zien. En omdat een hele serie porseleinen Sorry Boys gebroken uit de oven kwam, paste Bas 'kintsugi' op de werken toe.
Kintsugi is de Japanse kunst van het repareren van gebroken keramiek met goud- of zilverlak. De sporen van breuk en herstel doen niet af aan de schoonheid — ze dragen er juist aan bij. De gouden scheuren zijn deel van het verhaal. Of beter: ze zíjn het verhaal. In een 'heel' beeld zie je glans aan de buitenkant, maar in Sorry Boy lijkt het schitterende juist door de scheuren naar buiten te lekken. Alsof er iets van binnen gloeit dat je niet ziet zolang alles aan elkaar zit. Pas waar het breekt kun je naar binnen kijken.
Iets vergelijkbaars las ik afgelopen week in 'Everyday Habits for Transforming Systems' van Adam Kahane. De vierde eigenschap heet 'Working with Cracks': het vinden van scheurtjes in systemen, om die vruchtbaar te maken. Wat voor systemen geldt, geldt ook voor ons mensen. Ook wij hebben scheurtjes — en die verstoppen we graag. "Sorry hoor," zeggen we dan. Terwijl dat helemaal niet nodig is: onze scheuren zijn — net als die van Sorry Boy — schitterend, en ze laten doorschemeren wat er werkelijk in ons leeft.