In de afgelopen periode dook ik in de archieven van mijn oude podcast 'The Play Way'. Een serie afleveringen, opgenomen tussen 2019 en 2021, waarin ik gasten vroeg naar hun speelhistorie. Terugluisterend viel me op hoeveel van wat zij vertelden nog steeds resoneert - en hoezeer het aansluit bij waar ik nu voor sta.
Mark Geljon zei iets dut cruciaal bleek en bleef hangen: "De sleutel tot spel is ruimte." Simpel, maar raak. Zonder ruimte geen spel. En dan niet alleen fysieke ruimte - al helpt een goede speeltuin zeker.
Drie vormen van speelruimte
In andere gesprekken ontdekte ik dat speelruimte in drie verschillende vormen bestaat:
- Fysieke ruimte - een plek waar spelen mag. Een atelier, een zandbak, een vergaderzaal met LEGO op tafel. Bart Durand, clown en facilitator, vertelde hoe hij als kind urenlang riddertje speelde in het bos bij kasteel Hoenderloo. Zo lang dat zijn ouders ongerust werden. Voor hem bestond de wereld even alleen uit dat bos.
- Samenwerkingsruimte - ruimte die ontstaat tussen mensen. Gijs van Bilsen leerde bij improvisatietheater dat je samen moet bouwen, "ja zeggen tegen elkaar." Niet jouw idee óf mijn idee, maar wat er ontstaat als we samen spelen.
- Mentale ruimte - de vrijheid om te verbeelden. Haje Kamps, tech-ondernemer in San Francisco, noemde het "curiosity or boredom" - voor hem is spelen synoniem aan nieuwsgierigheid. Zodra die verdwijnt, is hij weg.
Speelruimte maken
Op mijn profiel staat sinds enige tijd dat ik 'speelruimte maak'. Dat klinkt abstract, maar wordt concreet als je die drie soorten speelruimte op een rij ziet staan. Het is: een setting creëren waar mensen fysiek kunnen bewegen, samen kunnen bouwen, en mentaal de vrijheid voelen om te experimenteren.
Want zoals ik zelf ooit zei in dezelfde podcast: "Het gaat niet om het spelletje. Het gaat om hoe je bent, hoe je kijkt, hoe je doet." Zéker als er iets op het spel staat. Dus bezie ik het nieuwe jaar ook graag zo: als een speelruimte. En ik gun jou die zelfde blik: veel speelruimte in 2026! We hebben het nodig.