Toekomstdromen
Gisteren in het Evoluon: een tentoonstelling over hoe mensen vroeger naar de toekomst keken. Vliegende auto's, robotbutlers, steden onder glazen koepels. Charmant en naïef tegelijk. Wij weten inmiddels beter - of in elk geval anders. Maar terwijl ik daar liep, draaide de vraag om. Niet: hoe zagen zij ons? Maar: hoe zouden zij ons nú zien? Met hun ideeën, hun idealen, hun perspectief op wat wij ervan gemaakt hebben?
Gisteren in het Evoluon: een tentoonstelling over hoe mensen vroeger naar de toekomst keken. Vliegende auto's, robotbutlers, steden onder glazen koepels. Charmant en naïef tegelijk. Wij weten inmiddels beter - of in elk geval anders. Maar terwijl ik daar liep, draaide de vraag om. Niet: hoe zagen zij ons? Maar: hoe zouden zij ons nú zien? Met hun ideeën, hun idealen, hun perspectief op wat wij ervan gemaakt hebben?
Titus schrijft terug
Ik dacht terug aan een middag die ik begeleidde voor Carmel College over inclusiever onderwijs. Schoolleiders en bestuurders schreven brieven aan zichzelf over dat onderwerp - vanuit de toekomst. Ze lazen hun brieven voor, ik nam ze op. Tijdens de pauze transcribeerde ik alles en voedde het aan een AI-versie van Titus Brandsma - de geestelijk vader achter de Carmelscholen. Direct na de pauze las ik zijn antwoord voor. Een brief uit het verleden, gelardeerd met hun eigen vocabulaire van nu. Die gezichten had je moeten zien: verbluft.
Ik dacht terug aan een middag die ik begeleidde voor Carmel College over inclusiever onderwijs. Schoolleiders en bestuurders schreven brieven aan zichzelf over dat onderwerp - vanuit de toekomst. Ze lazen hun brieven voor, ik nam ze op. Tijdens de pauze transcribeerde ik alles en voedde het aan een AI-versie van Titus Brandsma - de geestelijk vader achter de Carmelscholen. Direct na de pauze las ik zijn antwoord voor. Een brief uit het verleden, gelardeerd met hun eigen vocabulaire van nu. Die gezichten had je moeten zien: verbluft.
Homo Ludens spreekt
Nu doe ik hetzelfde met Johan Huizinga. Zijn 'Homo Ludens' uit 1938 wordt eindeloos geciteerd, maar nauwelijks gelezen - het oud Nederlandsch schrikt af. Dus voedde ik al zijn bronnen aan AI, zodat ik hedendaagse vraagstukken kan voorleggen aan 'Huizinga zelf'. Een gesprekspartner uit het verleden, de Homo Ludens, met antwoorden voor nu. Over spel, over cultuur, over wat we verloren zijn. En hoe we weer meer speelruimte vinden.
Kerstgroet
En hij had jullie ook iets te zeggen:
Geachte lezer,
Het kerstfeest is verworden tot plicht en vertoon. Men moet vieren, men moet kopen, men moet gezellig zijn. Maar gedwongen spel is geen spel.
Het wezen van het feest is vrijheid. De vrijheid om even buiten het gewone leven te treden, niet omdat het moet, maar omdat het mag. De vrijheid om iets te doen zonder ander doel dan de vreugde van het doen zelf.
Een kind dat speelt is niet kinderachtig – het is in volle ernst. Die ernst wens ik u toe. Niet de krampachtige ernst van de verplichting, maar de lichte ernst van wie zich vrijwillig overgeeft aan het moment.
Minder moeten. Meer spelen.
Zalig kerstfeest.
Johan Huizinga