We hebben vrienden nodig. "Als oudedagsvoorziening. En als vangnet in de circustent van het leven." Dat las ik twee weken terug in NRC. 'Mannen, maak werk van je vriendschappen,' luidde de titel van het opiniestuk van Max Scharnigg. Want onder mannen boven de veertig is er sprake van 'friendship recession'. Waar in 1990 meer dan de helft van de mannen nog minimaal zes intieme vrienden had, bleek dat percentage in 2021 nagenoeg gehalveerd. Omdat mannen met vrienden omgaan als met een kruidentuintje (eens per jaar even naar omkijken) blijken veel vriendschappen niet de tand des tijds (en het drukke werkende-ouder-bestaan) te overleven.
Om niet te verzanden in incidentele ontmoetingen met plichtmatige praatjes hebben vriendschappen nieuwe avonturen en diepgaandere gesprekken nodig, schrijft Scharnigg. Herinneringen ophalen kan altijd nog, we moeten samen iets ondernemen! Daarom zie ik ernaar uit om met Ymko 50 kilometer over het strand te gaan lopen, samen met Franklin 'Killing in the name of' mee te schreeuwen bij een concert van Tom Morello, en met Chris en Tom te onderzoeken hoe 'vitaal' de Enschedese sportkantines eigenlijk zijn.
Dat zijn niet per se nieuwe vrienden - en soms gaan we met elkaar om als met dat kruidentuintje. Zo'n tuintje kan echter ook uitgroeien tot een weelderige moestuin, door er gewoon samen op uit te gaan. Zoals met Stoffer, in november. We groeiden samen op, en waren tot in onze tienerjaren onafscheidelijk. Nu wonen we aan verschillende uiteinden van het land - maar in Amsterdam vonden we elkaar weer, bij jeugdsentiment: Rooie Rinus & Pé Daalemmer. In hun toegift bezongen zij precies de intentie waarmee ik die avond afsloot: "Volgende keer bie ons." Niet als oudedagsvoorziening, vangnet of kruidentuintje. Maar als vrienden.