Er was eens een vuurtoren die niet kon stilstaan. Hij had een krachtig licht, een mooie plek aan de kust en wist precies waarvoor hij bedoeld was: schijnen, er zijn, gevonden worden. Maar zijn lichtbundel was rustelozer dan de zee zelf. Telkens als het licht over de horizon streek en ergens iets oplichtte — een onbekend eiland, een schitterend wrak, een vaarroute die nog niemand had ontdekt — draaide de hele toren zich om en rende erop af. Vooral op de momenten dat het stil werd op de rotsen. Als de golven zakten en de schippers dichtbij genoeg kwamen om echt iets van hem te vragen. Dan was er altijd net weer iets fascinerends aan de horizon. De schippers bleven verbouwereerd achter in het donker.
Je raadt het al: die vuurtoren, dat ben ik. Vier jaar terug verwoordde ik voor mezelf de intentie 'being a lighthouse'. En sindsdien bleef ik me maar afvragen of ik in mijn element was met de dingen die ik deed. Als ik ervoor kies te staan als ondernemer zie ik weer een leuke vacature. Begin ik ergens aan een klus in loondienst, verlang ik weer naar de vrijheid van ZZP'er zijn. Ik ben als een vuurtoren die op de vlucht is. Maar komende week sta ik noodgedwongen stil: ik ga op coachweek in de Ardennen. Ontdekken aan welke kust ik nu wil staan, en voor wie ik een baken wil zijn. Spannend om daar mijn licht op te laten schijnen. En om daarna — ook bij storm of ongeluk — op mijn vaste plek te blijven.