Vorige week liep ik in Design Museum Den Bosch door Vorm en vaderland, een expositie over hoe ontwerp een land maakt. Vlaggen, bankbiljetten, paspoorten, grenspalen. Ergens halverwege trof me een woord: geofictie. Precies dat wat ik vroeger zelf beoefende, zonder die naam te kennen. Ik tekende een eigen eiland met bergen en rivieren en verzon er een vlag bij, een munt, een wapen en een taal. Mijn Droomland.
Een land dat ik zelf vormgaf, net als al die staatssymboliek die ik daar tentoongesteld zag. Van monumenten tot gebruiken. De grensceremonie tussen India en Pakistan bijvoorbeeld, waar soldaten van beide zijden elke avond weer proberen hun benen zo hoog mogelijk te zwaaien. Maar ook de bordjes die buitendijks langs de Groninger kust staan, waar studenten ooit de Republiek Omlandia uitriepen.
Ook bureaucratie is ontworpen. Jan Banning fotografeerde twintig jaar terug ambtenaren in acht landen, steeds achter hun bureau, gezien vanuit het perspectief van een burger die het loket bezoekt. Dat bureau noemt hij zelf een bolwerk tussen de regel en de mens die er iets van moet. Eigenlijk een grens van hout en formulieren. Schitterend. Zijn foto's hangen nog tot 20 september in Den Bosch.
Of het nu gaat om een bureau in een gemeentekantoor of om de vlag van een heel land: het is ooit door iemand bedacht en vormgegeven, als zijn of haar eigen droomland. Hoe wars ik ook ben van nationalisme, ik vind dat idee mooi en kan genieten van de symboliek. Net als de mensen van het Genootschap voor Geofictie, dat sinds 1984 bestaat en dat ik in mijn speurtocht tegenkwam. En misschien wel net als jij. Want vertel eens: verzon jij wel eens je eigen land, en wat kenmerkte het dan?