Martijn Aslander

March 10, 2026

De praktische kant van het sprekersvak

Scherm­afbeelding 2026-03-10 om 07.12.25.png

Afgelopen week sloot ik aan bij een sprekers­workshop van Lisa Portengen bij Wonders of Work. Er waren zestien mensen, allemaal beginnende of wat meer ervaren sprekers die willen begrijpen hoe het vak werkt. Ik was er eerder een keer bij geweest en dat beviel. Lisa nam deze keer de sessie op, omdat ze vorig jaar achteraf baalde dat ze dat niet had gedaan. Dit blog is een verwerking van het transcript, omdat ik denk dat meer mensen er wat aan kunnen hebben.

Ik ben absoluut geen sprekerscoach en dat ambieer ik ook niet. Maar ik deel graag wat ik weet op de juiste plekken, en dit was er een. In wezen ben ik veroorzaker van beroep. Ik help problemen oplossen, kansen verzilveren, en soms een Mission Impossible aanpakken. Die zijn vaak het leukst. Een podium is daarvoor een uitstekend middel: je test ideeën, je verspreidt ze, je ontmoet de mensen die er iets mee kunnen. Dit stuk is bedoeld voor iedereen die met het sprekersvak aan de slag wil en wat kan hebben aan de inzichten die ik in mijn lange carrière verzamelde.

Een optreden begint eigenlijk al op de parkeerplaats

De meeste boeken over het sprekersvak hebben het over het verhaal en daarna over de opening. Maar eromheen zit nog veel meer.

Zodra ik in de buurt kom van de locatie ben ik me enorm bewust van iedereen om me heen. De mensen op de parkeerplaats, bij het naamkaartjestafeltje en degene die koffie inschenkt: ik weet niet wie er straks in de zaal zit, dus ik ga ervan uit dat het iedereen kan zijn. Dat biedt mogelijkheden. Misschien is het de opdrachtgever die ik nog niet heb ontmoet en misschien zit hij straks op de eerste rij. Ik begroet mensen, vraag of ze er zin in hebben en maak een praatje. Het is een kleine moeite en het levert als extraatje op dat de zaal straks niet meer anoniem voor me is.

Het eerste wat ik doe als ik op de locatie aankom is de zaal bekijken. Er zit een groot verschil in zalen: diepe zalen, lange zalen, brede zalen, hoge zalen. Ik wil het voelen omdat het me helpt uitvogelen wat ik te doen heb. Ik klim het podium zo snel mogelijk op om te voelen hoe die zaal is en even te kijken.

Als de mensen binnendruppelen ga ik naast een paar van hen zitten. Ik stel me voor, vraag wat ze hopen te horen. Ik zeg dat ik mijn verhaal nog kan aanpassen, wat tot leuke verbaasde momenten leidt. Voor ik begin heb ik zo drie of vier mensen gesproken die ik straks kan aankijken, en dat scheelt. De zaal is daarna nog steeds grotendeels onbekend, maar het voelt minder als een muur.

Zorg dat je vriendjes bent met de mensen van de techniek

De mensen van de techniek worden vaak over het hoofd gezien. Dat is zonde, want ze hebben honderd sprekers langs zien komen en weten precies wie er goed was en wie niet. Als je ze aan je kant hebt werken ze voor je, en dat kleine beetje extra kan het verschil maken als er halverwege iets misgaat.

Als ik bij de techniek langskom om mijn headset op te halen zeg ik altijd: ik ga mijn best doen dat dit een van de drie leukste sessies wordt die jullie in tijden hebben gezien. Ik weet niet of ik dat kan waarmaken, maar ik zeg het wel, want daarmee leg ik de lat voor mezelf en zorg ik dat zij opletten. Na afloop vraag ik of het gelukt is. En soms: waar leek het dan op? Zij hebben alles gezien, ook de sprekers voor mij. Dit levert met regelmaat waardevolle inzichten op die ik nooit zou krijgen van het publiek.

Mijn handige openingsvraag

Mijn eerste echte lezing was een wonderlijke ervaring. Ik had wel vaker voor groepen gestaan, maar een uur lang een zaal toespreken op inhoud was iets anders. Ik had me enorm goed voorbereid, alle boeken over spreken uit de bibliotheek gehaald, voor de spiegel geoefend met een stopwatch en bulletpoints. Maar in geen van die boeken stond dat het spannend is om voor een groep te staan. Dat ontdekte ik toen ik die zevenhonderd man voor mijn neus zag en flauwviel. Ik werd buiten wakker zonder te weten hoe ik daar gekomen was.

Ik was net voor een paar ton op mijn bek gegaan en had het geld echt nodig. Het eerste wat ik dacht toen ik bijkwam was hoe ik dat in vredesnaam nog kon innen. Ik kon niks beters verzinnen dan het podium weer op te gaan. Ik verscheurde het papiertje met mijn voorbereiding voor de volle zaal en deed iets uit wanhoop: ik vroeg wie er eerder bij mij in de zaal had gezeten. Ik wist het antwoord, dat moest nul zijn want ik had het nooit gedaan, maar zij wisten dat niet. Niemand stak zijn hand op. Ik zei: "Oh, goed nieuws, dat moet je hebben als spreker." De zaal lachte en ik wist: dit komt goed.

Sindsdien begin ik bijna alle optredens op deze manier. Wie zat er ooit bij mij in de zaal? Het antwoord doet er niet toe. Dat is iedereen, sommigen, een paar of niemand. Elk antwoord is goed en geeft me waardevolle informatie over mijn te volgen tactiek. En terwijl ik hiermee bezig ben, ben ik in feite al met de zaal aan het interacteren en dat helpt bij hetgeen wat ik daarna ga doen.

Ik bereid me niet voor per sessie

Per optreden weet ik van tevoren niet wat ik ga zeggen. Wat ik wél heb is een bibliotheek aan verhaallijntjes die ik jarenlang heb gebouwd, getest en uitgebreid. Die voorbereiding zit in het leven zelf, niet in de dag ervoor. Ik pas die bibliotheek voortdurend aan terwijl ik interacteer met de zaal.

Na die eerste keer heb ik twee jaar lang elke twee maanden een zaal gehuurd en mensen gevraagd mee te komen luisteren. Ik noemde het een try-out: drie uur lang het beste van wat ik wist, met alleen een flip-over. Ze mochten zelf bepalen wat ze het waard vonden. Het was goedkoper dan een sprekerscoach, en effectiever. Ik woonde een paar sessies van zo'n sprekerscoach bij, maar die vertelde me dat er geen hoop was voor mij als spreker omdat ik alles verkeerd doe wat je verkeerd kunt doen qua hoe je een verhaal 'hoort' op te bouwen. Ik kom hem af en toe nog tegen. En dan moet ik stilletjes grinniken.

Het probleem met voorbereiding, zeker met slides, is dat je vastzit aan een volgorde die je bedacht hebt op een moment dat je de zaal nog niet kende. Je weet dan niet wat de spreker vóór jou heeft gezegd, of er net iemand ontslagen is, of er die ochtend iets in het nieuws was. Uiteraard kun je hier op veel manieren naar kijken, maar ik vind het niet handig om vast te zitten aan een vast stramien. Het beperkt me in mijn mogelijkheden qua interactie met de zaal.

Die openingsvragen, de interactie, het geklungel zijn geen opwarmertjes, dat geeft me waardevolle non-verbale informatie uit de zaal die goud waard is. Het maakt dat ik veel verfijnder kan bepalen wat er op welke manier op dat moment nodig is.

Het singer-songwriter-model

Ik denk over mijn werk als spreker zoals een singer-songwriter over zijn platen nadenkt. Hij schrijft dingen op die hem opvallen, die hem irriteren of fascineren. Als hij genoeg materiaal in dezelfde sfeer heeft wordt het een album.

Ik gooi kleine verhaallijntjes tussen mijn bestaande blokken en kijk hoe ze landen. Als iets goed landt bouw ik het uit. Een observatie over mijn lief en haar laptop begon als een grappig lijntje van twee minuten en is inmiddels een kwartier. De helft klopt ook niet meer helemaal precies, maar never let the truth spoil a good story 🤣

Tijdens mijn optredens kun je het nieuwe materiaal ontdekken aan de aarzelingen en de uhs en de kleine pauzes. De lijn rolt nog niet lekker, dat vergt nog fijn slijpen en oefenen.

Je hoeft geen veertig albums te hebben om zo te werken. Je hebt één liedje nodig. Schrijf op wat je deze week meemaakte dat je niet losliet, iets wat je irriteerde of verbaasde of niet klopte. Gooi het erin bij je volgende optreden en kijk wat er gebeurt.

Ik sta daar niet omdat ik aandacht wil

Als je op een podium staat om aandacht te krijgen ga je vanzelf dingen zeggen die mensen willen horen. Dat zie ik vaak misgaan.

Zo gaf ik voor programmeurs bij Rabobank Nederland een tijdje terug een presentatie over wat ik met mijn bankdata allemaal had gebouwd zonder programmeerervaring. Mijn conclusie daar was dat zij niets konden bouwen dat ik zelf niet beter kon, domweg omdat ze niet meer data over mij hadden dan ik zelf. Dat vonden ze niet leuk. Bij het Nationaal Archief vertelde ik onlangs honderd mensen van ministeries en overheidsorganisaties dat informatie opslaan in pdf en docx formaat echt een heel slecht idee is als je het ooit nog wil kunnen terugvinden. Onbetaald. Bij ABN AMRO had ik de raad van bestuur en de raad van commissarissen bij elkaar en liet ik duidelijk merken wat ik van het een en ander vond. Ik vermoed niet dat ze me ooit nog terugvragen.

Ironisch genoeg hou ik eigenlijk niet zo van grote groepen en de aandacht op een podium. Dat voelt vast wat dubbel gezien mijn werk als community builder. Maar mijn nieuwsgierigheid en de kans om ideeën te verspreiden en bijzondere mensen te ontmoeten wegen zwaarder. Het podium is echt een van de handigste plekken om mijn gedachten en ideeën te toetsen en te verspreiden.

Een ander fijn bijkomend voordeel is dat je heel interessante mensen ontmoet: de andere sprekers, de dagvoorzitter, de mensen die je inhuurden. En de nieuwsgierige, interessante mensen uit het publiek komen doorgaans wel naar jou als spreker toe.

Mijdt voorgesprekken

Voorgesprekken sla ik bijna altijd over. Het is doorgaans een uur vergaderen met mensen die onzeker zijn over of ze wel de goede keuze maken, en dat heeft zelden de koers of inhoud van mijn optreden beïnvloed.

Wat ik in plaats daarvan doe: als iemand belt toets ik één aanname. "Meestal word ik gebeld als er mensen aan het lachen moeten worden gemaakt, aan het denken moeten worden gezet en in beweging moeten komen rond de toekomst van informatie en technologie en hoe we samenwerken. Is dat hier ook aan de hand?" Het antwoord is bijna altijd ja. Als ze twijfelen zeg ik: "Dan moet je mij niet hebben." Twee van de drie keer bellen ze later toch terug.

Wat ik de opdrachtgever vervolgens altijd vraag is: wat moet er gelukt zijn als ik klaar ben met praten?Als ik het antwoord op die vraag weet, komt het sowieso wel goed.

Hoe je je tarief bepaalt zonder te onderhandelen

Als je begint als spreker is het tarief altijd even zoeken. Vraag je te weinig, dan schiet je er bij in want er zit ook voorbereidingstijd, reiskosten en andere lasten aan. Vraag je te veel, dan gaat het misschien niet door. Dat spanningsveld is voor veel beginners lastig te navigeren.

Een lezing in een kantine voor plattelandsvrouwen in de Achterhoek vraagt om een ander tarief dan een keynote op het hoofdpodium van het Beatrix Theater. Dat is geen kwestie van wat jij waard bent, maar van wat er aan ruimte zit qua budget, verwachting en publiek. Die inschatting maak je niet door te gissen maar door vragen te stellen. Als iemand belt beantwoord ik de vraag wat het kost nooit meteen. Ik stel er zelf een stuk of tien. Ik vraag waar het is, hoe laat en hoe lang, wie er in de zaal zit, wie de andere sprekers zijn en wie de dagvoorzitter is. Als ze een BN'er hebben geboekt, zegt dat meestal wel iets over het beschikbare budget.

Een goedkopere spreker is eigenlijk duurder. Als de spreker ze niet pakt heb je wel minder betaald maar omdat het ook veel minder oplevert ben je duurder uit.

Voor beginnende sprekers: begin bij 250 tot 500 euro, bij kleine clubs, bibliotheken, verenigingen. Niet omdat je dat waard bent of niet waard bent, maar omdat je meters moet maken. Na de eerste vijftig kun je langzaam omhoog. In het buitenland geldt dat tarief trouwens niet. Als je internationaal werkt en geen substantieel bedrag vraagt nemen ze je niet serieus. Dat is raar maar zo werkt dat nu eenmaal.

Alles is een try-out

Als je weinig of niets krijgt voor een optreden, noem je het dan in je hoofd gewoon een try-out. De echte waarde zit dan niet in het honorarium maar in de ervaring, de zichtbaarheid en het materiaal dat je test. Ik heb ooit geld betaald om ergens te mogen spreken. Zakelijk volledig onverstandig. Maar als try-out was het meer waard dan menig betaald optreden.

Als je in dit vak aan de slag wil is er wat mij betreft maar één manier: op het podium staan, zo vaak als je kunt. Mensen kunnen jou pas doorvertellen als ze weten wat jij kunt, en ze weten dat pas als ze het hebben gezien.

Over onzekerheid: het is evolutionair

Spreken voor een groep staat in de top vijf van dingen waar mensen het meest bang voor zijn. Dat heeft waarschijnlijk een evolutionaire oorsprong. Wie de afgelopen tweehonderdduizend jaar alleen en ongewapend voor een grote groep ging staan met wellicht een andere mening had goede kans om vermoord te worden. Generatie op generatie zijn de mensen die dat wél deden dus als het ware uit de genenpoel gezeefd 🤣 Wij zijn de nakomelingen van mensen die dat niet deden.

Ik ben net zo onzeker als andere sprekers van tevoren. Bij grote optredens, duizend man of meer, moet ik echt van tevoren naar de wc, soms meerdere keren. Ik dacht altijd dat dat onzekerheid was. Een marathonloper heeft dat ook voor de start. Het lichaam gooit alles overboord wat energie kost maar niet nodig is. Je leegt jezelf voor je vol gaat.

Maar nog steeds is mijn nieuwsgierigheid altijd groter dan mijn angst. Het duurde echt een paar jaar voordat dat een beetje normaal werd.

Wat er echt misgaat: de onverwachte podiumopstelling

Niemand vertelt je dit maar het gebeurt altijd wel een keer. Je komt aan en het podium staat midden in de zaal. Of de ruimte is zo smal dat de laatste rij ver weg zit. Of er zijn overal lege plekken en een handvol mensen verspreid over de hoeken. Of je staat voor mensen die eigenlijk naar Nederland-Duitsland willen kijken.

Dat laatste overkwam me ooit bij een zaal vol vermogensbeheerders. Buiten was het mooi weer, een uurtje na mijn optreden zou de wedstrijd beginnen, en de zaal reageerde helemaal nergens op. Er kwam geen enkele reactie op welke vraag dan ook. Toen ben ik maar gewoon op de grond gaan zitten, op het podium. Ik zei: "Straks is het Nederland-Duitsland. Ik ben benieuwd wie dit langer gaat volhouden, jullie of ik." Na negen minuten begonnen ze toch eindelijk te bewegen en kwam het allemaal toch nog goed.

Op zulke situaties kun je je niet voorbereiden. Daarom zeg ik ook altijd tegen beginnende sprekers dat je pas na een paar honderd keer de finesses en de patronen leert kennen. Er zijn domweg situaties waar je je anders absoluut niet op kunt voorbereiden.

De meeste van mijn inzichten landen pas later

Ik plant en deel op het podium veel dingen waarvan ik weet dat ze op dat moment niet landen. Een feit dat wringt of een vraag die niet loslaat. Mensen gaan naar huis en denken er verder niet bewust over na, totdat ze later iets tegenkomen en dan denken: "verhip, dát is wat Martijn toen bedoelde." Dat noem ik tijdbommetjes plaatsen in het hoofd van mijn publiek.

Het veroorzaken van die inzichten gedurende een wat langere tijd vind ik vele malen interessanter dan het applaus van dat optreden.

Qua storytelling heb ik nog een groot punt dat ik maar niet onder de knie krijg. Ik heb er zelfs cursus voor gedaan. Als ik heel veel moeite doe zou ik daar beter in kunnen worden, maar de moeite die het me kost is domweg te groot. Ik ben niet goed in het afronden van mijn verhalen en een paar concrete punten meegeven. Ik heb de zaal laten lachen, aan het denken gezet en her en der in de war gemaakt, maar veel wat ik zeg is voor veel mensen niet acuut bruikbaar en valt pas in de maanden erna op zijn plek.

Maar gelukkig zijn de meeste mensen die me boeken na een tijd erg blij met wat ik heb veroorzaakt, qua energie en inzicht. Dus ik blijf dit pad maar op deze manier bewandelen.

Ik schreef en deelde eerder inzichten over het sprekersvak, die kun je hier vinden.

Op 12 juni geeft Lisa weer een workshop!

About Martijn Aslander

Technologie-filosoof | Auteur | Spreker | Verbinder | Oprichter van vele initiatieven

Momenteel vrolijk druk met Digitale Fitheid 

De leukste dingen die ik momenteel aan het doen ben: https://linktr.ee/martijnaslander en https://linktr.ee/digitalefitheid