De Magische Dertien: mijn cognitieve hulptroepen
Dit is geen universeel systeem, maar een systematische poging om mijn eigen cognitieve zwaktes te compenseren.
Ik was bezig met een nieuw multi-agentisch door AI ondersteund genealogisch onderzoek,, op zoek naar de juiste boeken, grafstenen en kerkelijke aktes. In de tool had ik alle vertrouwen, de resultaten waren ongekend. Maar in de manier waarop ik die inzette voelde het alsof ik iets over het hoofd zag. Ik kon mezelf niet slimmer maken, maar mijn tool gelukkig wel.
Dus verzon ik een list: een heel team van virtuele dwarsdenkers en analisten, samengesteld uit historische en fictieve figuren die bekend staan om hun unieke manier van kijken en denken. Aanvankelijk stond Tijl Uilenspiegel er ook tussen, maar die was net iets te dwars en heb ik ontslagen 🤣.
Het begon met zes dwarsdenkers, allemaal mannen.
De eerste zes
Socrates onderbreekt. Na de eerste ronde ondervraagt hij elke analist individueel — Holmes: is dat bewijs of bevestiging van wat je al dacht? Da Vinci: is die analogie structureel of toevallig gelijkend? Pas daarna gaat de tweede ronde in.
Willem van Occam snoeit. Alles wat weggelaten kan worden, gaat eruit — wat overblijft moet op zichzelf staan. Zijn vraag: wat kunnen we weglaten?
Leonardo da Vinci zoekt verbanden tussen domeinen. Een patroon uit de biologie dat ook in een organisatie werkt of een oplossing uit de architectuur die een informatieprobleem oplost. Hij mag alleen conclusies trekken als hij de structurele parallel kan aanwijzen. Zijn vraag: waar is dit al opgelost?
Sherlock Holmes denkt als een detective, spoort opmerkelijke afwijkingen op en elimineert alles tot er nog maar één verklaring overblijft. Hij mag geen analogieën gebruiken maar alleen materiaal dat aantoonbaar is. Zijn vraag: welk bewijs wordt over het hoofd gezien?
Arsene Lupin, de gentleman-inbreker, begint altijd aan de andere kant. Niet als tactiek maar als instinct — waar anderen verder bouwen, gooit hij het om. Zijn vraag: wat als we het omdraaien?
Simon Templar, The Saint, denkt vanuit de machtsstructuren. Wie profiteert hier, is dat rechtvaardig — maar hij mag geen oplossingen voorstellen. Hij mag ze alleen blootleggen. Zijn vraag: wie profiteert?
De eerste eindredacteuren
Als ik AI kon dwingen tot hun conflicterende perspectieven tegelijk, zou ik betere antwoorden krijgen dan van wie dan ook alleen. Maar iemand moest de output van dat team wegen. Prompting on steroids vraagt om eindredacteuren van kaliber — en ook nog twee die voortdurend ruzie hadden: Marx en Hegel.
Ze twistten al bij leven. Marx was student van Hegel, nam zijn dialectische methode over, en zette hem vervolgens letterlijk op zijn kop. Hegel: de Geest drijft de geschiedenis. Marx: nee, de materiële omstandigheden doen dat. In het nawoord van Das Kapital schreef Marx dat zijn methode het directe tegendeel was van die van Hegel. Ze delen dezelfde taal en komen nooit tot dezelfde conclusie — wat ze als eindredacteursduo zo waardevol maakt.
Karl Marx leest alle output en vraagt wat de analisten collectief niet zien — de aannames die zo vanzelfsprekend zijn dat niemand ze als aanname herkent.
Georg Hegel begint pas als Marx klaar is. Zijn taak is niet samenvatten maar de Aufhebung vinden — de positie die de contradictie opheft. Soms is er geen, en dan is de onoplosbare contradictie zelf de uitkomst.
Acht figuren, maar wel allemaal mannen.
Het anti-blinde-vlekken systeem had een blinde vlek
Meestal als ik denk dat mijn tekst zo goed als af is, begin ik alvast een plaatje te maken. Een cover voor het artikel op basis van de hele inhoud. Pas toen ik met mijn eigen ogen het plaatje zag, zag ik iets wat ik niet had gezien door het lezen van de tekst. Er stonden allemaal overleden en fictieve mannen op en geen enkele vrouw. Het anti-blinde-vlekken systeem had een blinde vlek. Supergrappig.
Dat is nu eenmaal de bias van de cultuur waarin ik opgroeide, en de bias waarmee veel AI-systemen getraind zijn. Maar gelukkig was dat prima en behoorlijk snel op te lossen.
Mijn team groeide van acht naar dertien — de Magische Dertien
Scott Page — wiskundige en econoom, hoogleraar aan de University of Michigan en expert op het gebied van cognitieve diversiteit en complexiteitsdenken — maakt duidelijk waarom dat werkt: biases zitten niet alleen in man-vrouwverhoudingen maar ook in denkpatronen. Dus zocht ik niet alleen naar vrouwen, maar naar vrouwen die ook qua denk- en zienswijze aanvulden wat de mannen misten.
Dat zie je het scherpst in de drie paren binnen dezelfde functie. Holmes en Marple zijn allebei uitzonderlijk scherpe waarnemers, maar Holmes zoekt het uitzonderlijke en Marple het gewone — ze botsen op dezelfde vraag. Lupin en Tubman zijn allebei omdenkers: Lupin omdat hij nou eenmaal is wie hij is, en Tubman omdat ze vanuit haar context geen enkele keuze had. Occam en Weil zijn allebei snoeiers, maar waar Occam het overbodige snoeit, snoeit Weil het comfortabele. Diversiteit die botst op dezelfde vraag levert betere antwoorden op dan diversiteit die langs elkaar heen praat.
Harriet Tubman keert geen systemen om als intellectuele oefening maar test of het standhoudt als je geen uitweg hebt. Ze mag alleen redeneren vanuit situaties waarin falen geen optie is. Haar vraag: houdt dit stand als het moet?
Simone Weil snoeit het comfortabele. Ze zoekt de abstractie die verhult wat er werkelijk aan de hand is. Waar Occam vraagt "is dit nodig?" vraagt Weil "durf je dit concreet te maken?" Ze mag niet in abstracte taal redeneren, alles moet terug naar wat je kunt aanwijzen. Haar vraag: waar praat je omheen?
Miss Marple zoekt het gewone. Zij ziet de dorpeling in de diplomaat en weigert onder de indruk te zijn van de context en de façade. Waar Holmes zegt "dit is uitzonderlijk" zegt Marple "dit is meneer Hodgson van de kruidenier, in een duurder pak." Zij mag geen expertise claimen, alleen herkenning. Haar vraag: hoe gewoon is dit eigenlijk?
Ook mijn eindredactie-team werd uitgebreid
Hannah Arendt leest de analyse van Marx en vraagt waarom ze het niet zien. Welk mechanisme maakt de blinde vlekken onzichtbaar? Marx vindt de vlek. Arendt vindt de machine die de vlek produceert.
Emmy Noether leest alles — de analisten, de ondervragingen van Socrates, de blinde vlek van Marx, het mechanisme van Arendt — en stelt daarna één vraag: wat staat er nu nog overeind? Zij dacht in invarianten: wat blijft gelijk als je alles verandert? Dat is ook hier haar vraag.
Nu heeft Hegel meer materiaal dan voorheen: niet alleen de tegenstellingen tussen mijn analisten, maar ook de spanning tussen Marx' blinde vlek, Arendts mechanisme en wat Noether overeind liet staan. De Aufhebung wordt rijker omdat de tegenstellingen dieper zijn.
Dit is wezenlijk anders dan een slimme prompt. Een prompt vraagt het systeem iets. Mijn redeneer-team dwingt het systeem zichzelf tegen te werken — niet als dirigent die achtereenvolgens instrumenten aanspreekt, maar als orkest waarbij de cello al speelt als de trompet inzet. Elke stem heeft een harde constraint die een bepaalde manier van redeneren verbiedt — niet als stijlkeuze maar als fundamentele beperking. De stemmen reageren op elkaars output, niet alleen op mijn vraag. En de eindredacteuren kijken niet naar mijn vraag maar naar wat het ensemble collectief niet zag.
Groupthink kan ook in je eentje, en daar is wat aan te doen
Scott Page bewees wiskundig wat ik intuïtief al merkte: zes verschillende soorten fout zijn samen minder fout dan zes keer dezelfde. Zijn Diversity Prediction Theorem zegt het precies: de collectieve fout van een groep is gelijk aan de gemiddelde individuele fout minus de diversiteit van de voorspellingen. Het gaat dus niet om wie het slimst is maar om de hele architectuur van die fouten.
In The Model Thinker trekt hij dat door: gebruik nooit één model voor een complex probleem, want elk model gooit iets weg. Holmes, Da Vinci, Occam — ze geven elk een ander vertekend beeld. Die vertekeningen mogen elkaar niet overlappen, anders wordt het systeem niet robuuster maar alleen groter.
Groupthink is geen groepsprobleem. Je kunt het ook in je eentje hebben, als je altijd langs dezelfde redeneerpaden denkt en de vragen stelt waar je al antwoord op verwacht. Dan voer je intern een schijndialoog. Daarom heeft elk van de dertien een regel die precies dat patroon doorbreekt.
Polariteit is niet hetzelfde als polarisatie. Polarisatie is wat er gebeurt als mensen in kampen uiteenvallen en ophouden te luisteren. Polariteit is de spanning tussen tegengestelde krachten die een systeem laat werken. Een magneet zonder polariteit is geen magneet.
Professor Jo van Engelen stelt dat de angst voor polarisatie ons blind heeft gemaakt voor de waarde van polariteit. Organisaties die alle neuzen dezelfde kant op willen, snijden zichzelf af van het enige mechanisme dat blinde vlekken zichtbaar maakt. Dat is in andere woorden precies wat Scott Page wiskundig bewees.
Mijn systeem denkt niet in antwoorden maar in waarschijnlijkheden
De meeste mensen denken binair: waar of onwaar, relevant of irrelevant. Maar de interessante antwoorden zitten zelden in die uitersten maar in de gradaties ertussen. Iets kan voor zeventig procent waar zijn in de ene context, en voor dertig procent in een andere. Daar bestaat een term voor: fuzzy logic, een formeel wiskundig systeem dat in 1965 werd bedacht door Lotfi Zadeh en dat draait om lidmaatschapsgraden in plaats van harde grenzen.
Dat is precies hoe dit systeem werkt. Holmes zegt: het bewijs wijst voor 0.8 naar deze verklaring. Da Vinci zegt: de analogie klopt voor 0.6. Occam zegt: deze factor draagt voor 0.2 bij, schrap hem. De analisten leveren geen ja-of-nee maar gewogen signalen, en de eindredacteuren wegen die signalen tegen elkaar.
Ik herken dit omdat mijn eigen brein zo werkt, bij alle projecten die ik al bijna dertig jaar lang bedenk en initieer. Regelmatig merk ik het in gesprekken met mensen met wie ik samenwerk. Ze kunnen mijn redenering niet volgen en concluderen dat ik vaag ben, van de hak op de tak spring, of dat ik zo goed kan kletsen dat onlogische dingen ineens logisch klinken. Maar wat er werkelijk gebeurt is dat ik niet in of-of denk maar in en-en-en, met gewichten erbij. Iets is relevant in deze context en minder in die andere, en die twee contexten hangen samen op een manier die ik al zie maar nog niet heb uitgesproken. Ik laat dingen open totdat ik weet wat ze betekenen. Ze hebben lidmaatschapsgraden in meerdere sets tegelijk, en die overlap is waar de interessante dingen gebeuren.
Marx in actie
In het genealogisch onderzoek — waarover ik schreef in Vechten bij Waterloo — produceerde het systeem iets wat ik niet had verwacht. Niet een slimmer antwoord op mijn oorspronkelijke vraag, maar de constatering dat ik de verkeerde vraag stelde.
Marx las de output van de analisten en stelde de vraag die niemand had gesteld: niet wie er in een bepaald gebied woonde, maar waarom mensen er weggingen. Dat opende scheepvaartverslagen en historische migratiedata. Zo bleek dat in het gebied dat ik onderzocht meerdere keren een overstroming was geweest — wat een plotselinge migratiestroom kon verklaren. De vraagverschuiving van "wie" naar "waarom" bepaalde mijn hele verdere onderzoeksstrategie.
De Magische Dertien
Ik verzin graag speelse namen voor dingen die ik doe. Zo noemde ik mijn systeem aanvankelijk de Magische Zes. Inmiddels zijn ze met dertien.
In westerse cultuur is dertien het ongeluksgetal. Judas was de dertiende aan tafel, vrijdag de dertiende bestaat als begrip in tientallen talen, en in veel Amerikaanse wolkenkrabbers gaat de lift van de twaalfde direct naar de veertiende verdieping. Elders ligt de betekenis precies andersom: in de joodse traditie de leeftijd van de bar mitswa, in de Azteekse kalender de basis van de heilige cyclus, in de tarot het getal van transformatie en niet van einde. Aufhebung, zou Hegel zeggen.
Wat al die tradities gemeen hebben: dertien is het getal dat buiten de gesloten orde valt. Twaalf is compleet — dertien is de verstoorder.
Voor een systeem dat gebouwd is om blinde vlekken te vinden en aannames te verstoren een mooie naam toch?
Wie mijn blogs al een tijdje volgt, heeft vast gemerkt dat ik de laatste maanden veel meer schrijf dan daarvoor. Dat heeft een reden. Schrijven helpt me mijn denken op orde te krijgen. En in navolging van wat ik leerde van Nicole van der Hoeven — PKM-expert die haar boek Doing It in Public schrijft terwijl ze het deelt — zit er waarde in het delen van werk dat nog in ontwikkeling is.
Het gevaar is dat mensen wat ik hier beschrijf letterlijk nemen en morgen willen toepassen. Dat gaat vaak niet. Wat voor mij werkt, werkt omdat ik er jaren in heb geïnvesteerd — ThetaOS, mijn Life Lens System, een gestructureerde manier van werken met AI. Dit blog is daar een uitkomst van, geen handleiding ernaar toe. Ik deel het om te delen. Niet omdat ik pretendeer dat het voor jou ook zo werkt. Maar er zitten ongetwijfeld elementen in waar sommigen wat mee kunnen.
Ik heb zelden gelijk, maar ik heb wel vaak een punt. Met dit team erbij nu wat vaker meer dan een punt.