We zijn verliefd geworden op onze gijzelnemer.
We zijn dichtgetimmerde besturingssystemen die op slot zitten normaal gaan vinden. Office Suites die informatie opsluiten in formaten die bedoeld zijn voor printers. Formaten die niet duurzaam doorzocht of door machines gelezen kunnen worden, waardoor mensen die formaten handmatig open en dicht moeten klikken om te kijken wat erin staat. We gebruiken zaaksystemen die niemand voor zijn plezier gebruikt, omdat we geloven dat dit nou eenmaal is hoe we werken anno 2026.
Het menselijk brein denkt helemaal niet in mappen, submappen of inboxen, maar in verbanden tussen stukjes informatie en verbindingen daartussen. We proberen ronde blokjes door vierkante gaten te duwen. Toch gaan we al 30 jaar stug door met het bouwen van systemen die dat ergerlijk negeren.
De eersten die daar last van hebben zijn mensen in het neurodivergente spectrum, briljant in het leggen van verbindingen, maar gekneld door systemen die dat onmogelijk maken. Maar uiteindelijk heeft iedereen er last van.
Nu we in het tijdperk van grootschalig AI-gebruik zijn aanbeland, wordt het pijnlijk zichtbaar. In dit boek leg ik uit waarom we dertig jaar de verkeerde dingen hebben gebouwd en hoe het anders kan.
Op deze pagina houd ik bij wat er rondom dit boek gebeurt: hoe het ontstond, wat anderen erover zeggen en waar je het kunt krijgen.
De aanleiding van dit boek
In de zomer van 2025 zat ik voor de tent op Vlieland de krant te lezen. Ik volg al jaren vol verbijstering de grote dossiers die misgaan bij de overheid, en zomaar van 200 miljoen naar vele miljarden kunnen lopen. Dit bericht over een nieuwe IT-miskleun die 300 miljoen duurder uitpakte dan verwacht was de druppel. Ik was het beu.
Hoe kan het dat ik in mijn eentje razendsnel en gratis zoveel voor elkaar krijg met grote informatiesets, terwijl het bij de overheid structureel zo mis blijft gaan? Mij bekroop een groeiend gevoel dat er iets fundamenteel niet klopte. Ik ging drie weken lang diep op onderzoek uit met alle AI-agenten die ik tot mijn beschikking had, en vond onontgonnen gebied. Dat resulteerde in meer dan 70.000 woorden aan dossiers, rapporten en inzichten.
Ik ontdekte dat IT en informatie nauw verbonden zijn, maar dat de wereld van informatie en technologie in organisaties veel minder verbonden zijn dan je zou wensen. Bij IT gaat het vaker over de T dan over de I. Dat leidde tot demonstraties over wat ik zelf met informatie doe bij de politie, UWV en de Belastingdienst, en uiteindelijk tot de oprichting van de Pilot Informatieautonomie, die inmiddels een tweede fase beleeft.
Waarom juist ik dit boek schreef
Al maanden ontdekken de geeks om mij heen, en ikzelf, baanbrekende dingen rondom agentic AI en informatiearchitectuur. Wat wij in een dag voor elkaar krijgen, staat in geen verhouding tot rampzalige IT-projecten bij de overheid. Toen ik van dichtbij casussen bij de politie, UWV en de Belastingdienst meemaakte, was de maat vol. Er klopt iets fundamenteel niet aan de manier waarop we nu informatie- en IT-vraagstukken aanpakken, en nu ik het van dichtbij meemaak en zelf bouw, zie ik waarom.
Wat ik afgelopen maanden ontdekte was een paradox die het probleem in één beeld samenvat. Een AI-agent wist binnen een halfuur een militair uitbetalingsbewijs uit 1817 terug te vinden in openbare archieven, inclusief details over de betovergrootvader van mijn oma die rond het slagveld van Waterloo gelegerd was. Terwijl ze op het ministerie van Justitie niet zo lang geleden jaren deed over het terugvinden van het bonnetje van de zogeheten Teevendeal. De informatie was er. Maar opgeslagen in een formaat dat bedoeld is voor printers, en dat is niet handig als je er door honderdduizenden tegelijkertijd doorheen moet zoeken. Het volledige Waterloo-verhaal lees je hier.
Als oprichter van de PKM Summit breng ik al drie jaar lang de intellectuele en creatieve voorhoede op het gebied van persoonlijk kennismanagement bij elkaar. Mensen uit meer dan 21 landen en vijf continenten reizen naar Utrecht om twee dagen lang te praten over hoe je omgaat met je eigen informatie, kennis en ideeën. Nergens ter wereld kom je op één plek zoveel mensen tegen die zo diep over dit onderwerp nadenken en er vrijelijk over willen uitwisselen.
Tegelijkertijd ben ik initiatiefnemer van de Pilot Informatieautonomie, waar ik precies dit vraagstuk voor overheidsorganisaties probeer aan te pakken. Theorie en praktijk lopen hier samen.
Bij informatieautonomie komen geopolitiek, security, duurzaamheid, bestuurlijke slagkracht en de democratische rechtsstaat samen. Dankzij die positie tussen al die werelden had ik precies het juiste overzicht om dit boek te kunnen maken. Ik denk dat ik de goede persoon op het goede moment was.
De totstandkoming van dit boek
Het boek ontstond in een drukke periode. Naast de PKM Summit, het schrijven aan Verder met Obsidian met Frank Meeuwsen, de Maand van de Digitale Fitheid en de Pilot Informatieautonomie was er weinig ruimte. Toch pitchte ik het boek bij de uitgever, en nog voordat het boek af was schreef Kees Verhoeven, oud-Tweede Kamerlid en voorvechter van datasoevereiniteit, een prachtig voorwoord. Dat gaf richting en vertrouwen.
Naarmate de deadline dichterbij kwam, dook ik nog veel dieper in de materie. Twee weken lang heb ik bijna dag en nacht geschreven. Intellectueel uitdagend, creatief, inspirerend en schrijftechnisch ongekend veeleisend. Maar het was het dubbel en dwars waard.
Bij het inleveren van het manuscript tekende Fons Trompenaars voor het voorwoord van de Engelse editie. Een van de meest geciteerde wetenschappers op het gebied van organisatiekunde leent zijn naam niet lichtvaardig. Meer over dat voorwoord en onze samenwerking staat in dit blogbericht. Het Nederlandse voorwoord van Kees Verhoeven is hier alvast te lezen. Hij is al jarenlang een van de best geïnformeerde volksvertegenwoordigers in het IT-domein.
De grootste uitdaging was het duiden van technische begrippen op een manier die zowel bestuurders en beslissers als gewone kenniswerkers aanspreekt. Vandaar ook mijn keuze om een uitgebreide begrippenlijst toe te voegen achterin het boek.
In de eindfase van het boek en tijdens alle research kwam ik erachter dat vrijwel niemand over dit onderwerp geschreven heeft in deze context. Dat biedt leuke mogelijkheden.
Dit boek komt uit in drie talen
Het boek verschijnt in het Nederlands, Engels en Duits. Het vraagstuk speelt wereldwijd, maar de Duitsers zijn qua bewustzijn over informatieautonomie wat verder dan de Nederlanders en handelen er ook institutioneel op. Nog voor het boek in Nederland uit was, kreeg ik uit Duitsland al vragen erover. Dat gaf de doorslag om het onder de titel Informationsautonomie uit te brengen.
De Engelse en Duitse uitgave verschijnen in de loop van juni. Beide zijn beschikbaar als e-book, paperback en hardcover.
De Pilot Informatieautonomie
Dit boek kun je niet loszien van de Pilot Informatieautonomie. Overheidsorganisaties worstelen al decennialang met het beheren, bewaren en terugvinden van informatie. Wat begint als een praktisch werkprobleem, groeit regelmatig uit tot maatschappelijke crises, denk aan de toeslagenaffaire, het WIA-dossier bij UWV of de aardbevingsproblematiek in Groningen.
De pilot onderzoekt of het mogelijk is om voor slechts 1 Ã 2 procent van de kosten een informatieoplossing te verkennen die 70 Ã 80 procent van de functionaliteit biedt van bestaande systemen zoals SharePoint. Geen dikke rapporten of theoretisch onderzoek, maar een praktische aanpak: gedurende een half jaar werken deelnemers van verschillende overheidsorganisaties aan de centrale vraag hoe informatie eenvoudiger, veiliger en toekomstbestendiger te organiseren is.
Dit boek bevat tevens vele lessen en inzichten die ik tijdens de tweemaandelijkse sessies opdoe, dankzij de vele gesprekken en interactie met zowel het projectteam als de deelnemers van de betrokken organisaties. De pilot is het levende bewijs van de these in het boek.
De pilot draait in fases. Fase 2 loopt van april tot en met november 2026. Deelnemende organisaties zijn UWV, veiligheidsregio's, de Belastingdienst en de Politie. De Raad van Advies bestaat uit oud-Digicommissarissen Bas Eenhoorn en Arre Zuurmond, aangevuld met securityspecialist Brenno de Winter en duo-voorzitter van de KNVI Wouter Bronsgeest. Ambassadeur is Kees Verhoeven.
Reacties en recensies
"There are books that add something to what we already know. There are books that rearrange what we thought we knew. And then, more rarely, there are books that make visible the thing that was shaping us while we were looking elsewhere." — Fons Trompenaars, uit het voorwoord van de Engelse editie (lees meer)
"Als Martijn Aslander iets zegt, dan luister ik." — Joris Luyendijk
"Aslander's Informatieautonomie is een sprong vooruit in het denken rond persoonlijk kennismanagement: het is een briljante mislukte mislukking!" — Paul Iske, hoogleraar Open Innovatie aan de Universiteit Maastricht en oprichter van het Instituut voor Briljante Mislukkingen
"Aslander kijkt bewust naar waar wij onbewust blind voor zijn. Pijnlijk. Bevrijdend. En broodnodig." — Genieke Hertoghs, expert in (on-)bewust gedrag, auteur en spreker
"Met het boek Informatieautonomie geeft Martijn Aslander een lonkend perspectief voor de doorontwikkeling van het vakgebied. Met als ideale uitkomst meer goede dienstverlening, meer transparantie, échte informatisering, beter inzicht & overzicht en meer... autonomie." — Wouter Bronsgeest, duo-voorzitter KNVI
"Ik kijk nooit meer hetzelfde naar een .docx of een .pdf." — Yoram Vieveen, Van Duuren Media (lees meer)
Waar kun je mijn boek kopen?
Binnenkort is het verkrijgbaar bij elke boekhandel in Nederland. Je kunt het boek alvast vooruitbestellen via Managementboek.nl.
Help je mee het boek te verspreiden?
Ik denk dat dit boek een brede aandacht verdient in het publieke debat, bestuurskamers en op scholen en bibliotheken.
Ken je mensen in de media die hierover moeten schrijven? Tip ze dan. Werk je bij een overheidsorganisatie en wil je meedoen met de Pilot Informatieautonomie? Neem dan contact op. En vraag het boek aan bij je lokale bibliotheek, ook dat helpt.