Afgelopen week stond ik op een podium in Noord-Nederland, op Hart voor je zaak, een congres over de arbeidsmarkt. De thema's waren vooral duurzame inzetbaarheid, wendbaarheid en veerkracht. Hoe kun je mensen inspireren, motiveren en begeleiden in een wereld die voortdurend schuift en beweegt? Ik deelde mijn inzichten en ervaringen daarover, en onderweg in de trein stond ik eens wat langer stil bij mijn eigen duurzame inzetbaarheid.
Ik zie mezelf eerder als generalist dan als specialist. Maar wonderlijk genoeg ben ik dankzij AI in een razend tempo wekelijks nieuwe specialismen aan het leren. En de optelsom daarvan lijkt een profiel te hebben: een soort informatiearchitect.
Ik kwam jaren geleden bij de KNVI terecht als iemand die nadacht over de netwerk- en informatiesamenleving. Ik schreef er boeken over, duidde die in presentaties en probeerde te begrijpen hoe technologie de samenleving verandert. De KNVI was voor mij het netwerk waar die gesprekken plaatsvonden, maar niet het vakgebied waar ik me in thuisvoelde. Ik was te veel generalist daar.
In coronatijd begon ik met digitale fitheid, samen met Mark Meinema. We realiseerden ons het gebrek aan aandacht op de werkvloer voor basisvaardigheden over digitaal werkgereedschap in combinatie met informatievaardigheden. En hoe meer ik daarover nadacht, hoe meer ik me realiseerde dat de meeste mensen niet eens grip hebben op hun eigen kennis en informatie. Waar staat het? Hoe vind je het terug? En wat doe je en kun je ermee? Zo kwam ik bij persoonlijk kennismanagement.
Ik ontdekte Obsidian, een denk- en informatietool, en via Obsidian ontdekte ik het Markdown-bestandsformaat dat ontworpen werd voor beeldschermen in plaats van papier. Markdown bleek nog veel meer dan een schrijfformaat. En was het begin van een heel andere kijk op en denken over informatie.
Daarna verschoof er iets. Wie bezig is met persoonlijk kennismanagement loopt vanzelf aan tegen grotere vragen. Niet alleen over hoe je je eigen aantekeningen ordent, maar hoe informatie überhaupt gestructureerd zou moeten worden. Taxonomieën, ontologieën, metadata, allemaal over de architectuur achter vindbaarheid van informatie. Ik merkte dat ik steeds vaker nadacht over informatieautonomie: het recht en het vermogen om zelf te bepalen hoe je informatie wordt opgeslagen en georganiseerd, zonder afhankelijk te zijn van de keuzes die grote techbedrijven voor je maken, hetgeen gezien de geopolitieke situatie steeds relevanter wordt.
Afgelopen najaar werd dit heel concreet toen ik me verdiepte in het krankzinnige verschil tussen platte tekstbestanden en de binaire formaten van Word en PDF. En in wat dat verschil betekent voor hoe overheden en organisaties met hun informatie omgaan. Het was een stap van persoonlijke productiviteit naar een maatschappelijk vraagstuk, en die stap had ik niet zien aankomen. Ik schreef er stukken over die door tienduizenden mensen werden gelezen, waaronder nogal wat beslissers bij de overheid. Het leidde tot de Pilot Informatieautonomie, een project waarin ik samenwerk met UWV, de Politie, de Belastingdienst en diverse gemeenten en waterschappen. Daar gaat het niet meer over mijn eigen systeem, maar over hoe die organisaties met hun informatie omgaan.
Terwijl ik daarover aan het nadenken was, begon ik aan een eigen experiment dat met inmiddels duizend uur werken met Claude Code echt geen hobbyproject meer genoemd kan worden.
Ik begon eraan met nul ervaring met softwarecode, softwarearchitectuur, beveiligingsprotocollen en auditsystemen en noemde het ThetaOS. Een paar maanden later kwam ik erachter dat het in feite een Life Lens System was, een begrip dat ik zelf bedacht voor wat ik gemaakt had. Inmiddels werken er meer mensen aan hun eigen Life Lens System.
Hoe schrijf je drie boeken over een vak waar je niet voor hebt gestudeerd?
Ergens afgelopen najaar keek ik terug en realiseerde ik me dat ik in een jaar tijd drie boeken had geschreven over het informatievak. Die zag ik niet aankomen toen ik eraan begon.
Starten met Obsidian lijkt op het eerste gezicht een praktische gids over een tool. Maar wie het leest merkt dat het eigenlijk over veel meer gaat: over hoe je naar informatie kijkt, hoe je structuur aanbrengt, hoe je verbanden legt. Verder met Obsidian bouwt daarop voort en gaat nog dieper. En Informatieautonomie, dat eind maart in kleine oplage verschijnt en een paar maanden later in de winkels ligt, trekt die lijn door naar de structurele kant: waarom het ertoe doet dat je zelf bepaalt hoe je informatie wordt opgeslagen. Er is momenteel veel te doen, en terecht, over datasoevereiniteit, maar dat gaat eigenlijk niet zonder informatieautonomie. En daar is verrassend weinig over geschreven, vooral niet over de praktische kant ervan.
Die samenhang begon me pas onlangs te dagen, mede door gesprekken met mensen als Wouter Bronsgeest, Arne Zuurmond en Dian van Heijningen, die allemaal op hun manier een unieke kijk en track record hebben op al deze onderwerpen.
Uit die en andere gesprekken met mensen die over deze onderwerpen moeten beslissen, blijkt dat er best wel veel grote vragen zijn waar geen eenduidig antwoord op is. Hoe maken we informatie duurzaam toegankelijk? Er wordt veel over gesproken en geëxperimenteerd, maar het is een doorlopend debat omdat ontwikkelingen steeds doorgaan. Momenteel begint uiteindelijk te dagen dat het echt onwenselijk is om afhankelijk te moeten zijn van allerlei IT-leveranciers om bij onze eigen informatie te kunnen. Dit geldt niet alleen voor organisaties, maar ook voor personen, individueel. Mijn blik van buitenaf komt daarbij van pas, juist omdat ik niet in één discipline ben geschoold, maar breder kan kijken vanuit mijn achtergrond.
Een woord dat ik niet kende
De afgelopen maanden ben ik spelenderwijs maar intensief bezig geweest met alles rondom informatie. Uit een paar gesprekken die ik afgelopen week had, bleek dat daar een woord voor bestaat dat ik wel eens gehoord had maar niet echt kende: informatiearchitecten. Dat zijn mensen die ervoor zorgen dat informatie vindbaar is, begrijpelijk blijft en bruikbaar is. Ze ontwerpen de informatiearchitectuur. Met alles wat ik momenteel aan het doen ben bleek dat eigenlijk precies te zijn waar ik mee bezig was.
Bij de KNVI, waar ik al jaren rondloop, komen tientallen van die informatiedisciplines samen. Als ik nu zo intensief vanuit mijn eigen perspectieven naar het vakgebied informatie kijk, raak ik in de praktijk buitengewoon veel thema's. En als ik kijk naar waar mijn interesses en experimenten me naartoe brengen, vermoed ik dat mijn research disciplines als IT-recht, IT-audit en governance ook zal raken. Over biochemische informatie, IBM i-systemen en het beheer van schoolnetwerken zal ik voorlopig wel niet veel nadenken :)
Vorig jaar ontving ik de Jan Boersprijs van de KNVI voor mijn bijdragen aan het informatievakgebied. Voor iemand die geen van die vakken heeft gestudeerd voelde dat eerder als een aanmoediging dan als een bekroning. En precies zo heb ik het ook opgevat. Nu heb ik mijn eigen plekje in de wereld van mensen die met informatie bezig zijn en daar diep over nadenken. En dat neem ik op een geheel eigen luchtige manier bloedserieus.
Van filosoferen naar experimenteren
Ik ben al jaren een verkenner van de netwerk- en informatiesamenleving. Ik lees, denk en praat veel over technologie en probeer taal te vinden om maatschappelijk-economisch-technologische ontwikkelingen te duiden. Nog nooit in mijn leven heb ik zoveel geëxperimenteerd met informatie en technologie als nu. Dat opent ineens compleet nieuwe sporen en spectra.
Zoals mij zijn er velen momenteel. De nieuwe tools die sinds een paar maanden beschikbaar zijn, zijn ongekend. Je kunt razendsnel zonder klassieke opleiding diep in een nieuw vakgebied duiken en er wezenlijk iets aan bijdragen. Zonder een extreme nieuwsgierigheid en vasthoudendheid gaat dat niet. En als je met een open blik die vakgebieden betreedt en in dialoog gaat met mensen die daar inmiddels veel meer van weten, kun je met een frisse blik en een nieuw perspectief veel meer toevoegen dan je denkt.
Wie meer wil lezen over hoe ik over deze onderwerpen denk: ik schrijf columns voor IP Magazine, publiceer bij iBestuur over informatiehuishouding bij de overheid, en schrijf op mijn eigen blog over hoe ik met AI code schrijf en wat ik daarbij leer.